Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BC1270

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-12-2007
Datum publicatie
07-01-2008
Zaaknummer
06-277 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank: niet is gebleken dat de medische beperkingen op een onjuiste wijze zijn vastgesteld en het Uwv heeft voldoende gemotiveerd waarom de functies zijn te vervullen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/277 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 4 januari 2006, 04/1217 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 14 december 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B. van Dijk, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 november 2007. Appellant is niet verschenen, Het Uwv was vertegenwoordigd door W.R. Bos.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 8 november 2004 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit van 2 maart 2004 appellant per 13 februari 2004 geen WAO-uitkering toe te kennen, omdat hij per die datum niet in relevante mate arbeidsongeschikt is.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 8 november 2004, het bestreden besluit, ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat de medische beperkingen van appellant op een onjuiste wijze zijn vastgesteld. Ten aanzien van de geduide functies is naar het oordeel van de rechtbank door het Uwv voldoende gemotiveerd waarom appellant in staat is deze functies te vervullen.

In hoger beroep voert appellant in essentie dezelfde gronden aan als in het beroep bij de rechtbank. Hij is nog steeds van mening dat de klachten aan de rechterpols meer beperkingen opleveren dan door het Uwv aangenomen. In dat licht bezien zijn ten onrechte functies geduid waarbij de rechterpols moet worden gebruikt.

De Raad is van oordeel dat de rechtbank de argumenten van appellant afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom die argumenten niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.

Voorts merkt de Raad op dat de grieven met betrekking tot de passendheid van de functies van taxichauffeur en bezorger-chauffeur voorbij zien aan het feit dat het Uwv deze functies niet aan de schatting ten grondslag heeft gelegd, maar appellant slechts als reservefuncties heeft voorgehouden.

Het hoger beroep treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 december 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) M. Gunter.

JL