Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BC0933

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-12-2007
Datum publicatie
27-12-2007
Zaaknummer
07-1220 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/1220 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2007, 06/1009 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Korpsbeheerder van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland

I. PROCESVERLOOP

Mr. E.N. Vrijman, advocaat te ’s-Gravenhage, heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.

Bij brief van 14 maart 2007 is de gemachtigde van appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 211,-- is verschuldigd, en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn voldaan, bij voorkeur door middel van de aangehechte acceptgirokaart.

Bij aangetekende brief van 16 april 2007 is de gemachtigde van appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.

Op 15 mei 2007 is het griffierecht op de bankrekening van de Raad bijgeschreven.

De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald.

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

De Raad overweegt voorst ten overvloede dat het hoger beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaard zou kunnen worden op grond dat het beroepschrift niet binnen de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn werd ingediend. De aangevallen uitspraak is op 12 januari 2007 verzonden en het op 23 februari’2007 gedateerde beroepschrift is op 25 februari 2007 per fax door de Raad ontvangen. De Raad is niet gebleken van verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door K.J. Kraan. De beslissing is, in tegenwoordigheid van

P.N. Rijnsewijn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 december 2007.

(get.) K.J. Kraan.

(get.) P.N. Rijnsewijn.

Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.