Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BC0883

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-12-2007
Datum publicatie
27-12-2007
Zaaknummer
07-4882 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/4882 WUV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in het geding tussen:

[appellant],

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 28 juni 2007, kenmerk JZ/U80/2007 BZ 46795.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.

Bij brief van 31 augustus 2007 is appellant erop gewezen dat hij een griffierecht van

€ 35,-- is verschuldigd, en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn voldaan, bij voorkeur door middel van de aangehechte acceptgirokaart.

Bij aangetekende brief van 1 oktober 2007 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Raad stelt vast dat het griffierecht niet is betaald.

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, acht de Raad het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

De Raad overweegt voorts dat het beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaard zou kunnen worden omdat het beroepschrift niet is ondertekend en niet de gronden van het beroep bevat en deze verzuimen niet binnen de daartoe gestelde termijnen zijn hersteld.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 december 2007.

(get.) G.L.M.J. Stevens.

(get.) E. Blijleven-de Vries.

Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.