Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BC0653

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-12-2007
Datum publicatie
20-12-2007
Zaaknummer
07-472 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Alsnog volledig tegemoetgekomen aan bezwaar. Geen procesbelang meer. Schadevergoeding?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/472 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 15 december 2006, 06/2313 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 december 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.A.J. Delescen, advocaat te Roermond, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 23 september 2005 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat zijn uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 17 november 2005 wordt herzien en nader wordt bepaald naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

Bij besluit van 23 maart 2006, hierna: het bestreden besluit, heeft het Uwv het door appellant tegen voornoemd besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard en appellants verzoek om het Uwv in de schade te veroordelen afgewezen.

Namens appellant is hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft de Raad bij schrijven van 2 augustus 2007 medegedeeld een gewijzigd besluit op bezwaar, van gelijke datum, te hebben afgegeven. Bij dit besluit is de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 17 november 2005 alsnog gesteld op 80 tot 100%.

Namens appellant is aan de Raad bericht dat appellant zich kan vinden in het gewijzigd besluit op bezwaar van 2 augustus 2007 en is de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering.

De Raad stelt vast dat tussen partijen geen geschil meer bestaat over de kwestie die appellant in hoger beroep aan de Raad ter beoordeling heeft voorgelegd.

Dit betekent dat appellant geen procesbelang meer heeft bij een beslissing van de Raad op het hoger beroep.

Dit brengt de Raad tot de conclusie dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De Raad veroordeelt het Uwv tot vergoeding van schade in de vorm van vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellant verschuldigde wettelijke rente over de na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, gepubliceerd in

JB 1995, 314.

De Raad acht termen aanwezig om het Uwv op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep, welke met in achtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 644,-.

Met betrekking tot de vordering van in totaal € 739,20 inzake de kosten van de door A.R. Hertroijs uitgebrachte expertises en het door dr. P.H.P. Jansen verstrekte medische advies is de Raad van oordeel dat deze vordering voor toewijzing in aanmerking komt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant tot een bedrag groot € 1.383,20 te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 143,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. Tersteeg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 december 2007.

(get.) H. Bolt.

(get.) C. Tersteeg.

JL