Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BC0378

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-12-2007
Datum publicatie
18-12-2007
Zaaknummer
06-2759 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Inschaling en functiewaardering ambtenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/2759 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Weststellingwerf (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 3 april 2006, 05/903 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], (hierna: betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 13 december 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 november 2007. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door H.C. Mertens, verbonden aan het juridisch adviesbureau Kragten & Partner te Hoogeveen, en A. Wagemakers, werkzaam bij de gemeente Weststellingwerf. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. G.M. Boerma, werkzaam bij ABVA KABO FNV.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Betrokkene was sinds 1 augustus 1969 werkzaam bij de gemeente Weststellingwerf. Vanaf medio 1998 vervulde hij de functie van [naam functie]. Aan deze functie was salarisschaal 11 verbonden. Bij besluit van 4 april 2001 is aan betrokkene meegedeeld dat zijn verzoek om vrijwillig te mogen uittreden met gebruikmaking van de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden is ingewilligd en dat hem met ingang van 1 juli 2002 eervol ontslag wordt verleend uit de functie van [naam functie]. Aangezien met betrokkene was overeengekomen dat hij direct voorafgaande aan de hiervoor genoemde ontslagdatum al zijn verlofrechten zou opnemen, was hij sinds

6 maart 2001 feitelijk niet meer werkzaam bij de gemeente Weststellingwerf.

1.2. In het kader van een reorganisatie, waarbij de gemeente Weststellingwerf met ingang van 1 januari 2000 is overgegaan van het sectorenmodel naar het directiemodel, was betrokkene opnieuw geplaatst in de functie van [naam functie]. Deze functie is opnieuw beschreven en gewaardeerd op het niveau van salarisschaal 11a. Bij besluit van 1 juni 2004 is betrokkene met ingang van 1 januari 2000 ingeschaald in aanloopschaal 11. Dit besluit is na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit van 26 april 2005.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vernietigd en appellant opgedragen met inachtneming van de uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens zijn bepalingen omtrent griffierecht en proceskosten gegeven.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad als volgt.

3.1. Ingevolge artikel 6, tweede lid, van de Bezoldigingsverordening gemeente Weststellingwerf 2000 bepalen burgemeester en wethouders met inachtneming van de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversietabel de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet. Daarbij heeft volgens vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 26-4-2007, LJN BA4528) als hoofdregel te gelden dat een ambtenaar behoort te worden ingepast in de bij zijn functie behorende salarisschaal, met een beperkte afwijkingsmogelijkheid, namelijk in gevallen waarin sprake is van een duidelijk nog niet voldoende functioneren.

3.2. Appellant heeft aangevoerd dat op grond van het feitelijk functioneren van betrokkene het standpunt is ingenomen dat betrokkene de functie van hoofd Milieu nog onvoldoende aankon op grond waarvan betrokkene in de aanloopschaal is ingeschaald. De Raad stelt vast dat appellant zijn standpunt niet heeft kunnen onderbouwen met een ten aanzien van betrokkene opgemaakte beoordeling. Ook overigens bevinden zich onder de gedingstukken geen gegevens die appellants standpunt zouden kunnen onderbouwen, zoals bijvoorbeeld verslagen van functioneringsgesprekken.

3.3. Appellant heeft voorts gewezen op een drietal incidenten dat zich zou hebben voorgedaan. Appellant heeft aangegeven dat de plaatsing van betrokkene in de aanloopschaal mede gebaseerd is op deze incidenten. De Raad stelt vast dat appellant ook in hoger beroep op geen enkele wijze zijn stelling dat betrokkene toezeggingen zou hebben gedaan aan een tweetal medewerkers over een verhoging van hun salaris heeft kunnen onderbouwen. Ten aanzien van het door betrokkene te laat indienen van functieomschrijvingen van zijn afdeling merkt de Raad op dat niet blijkt dat betrokkene op enig moment hierover is aangesproken. Reeds hierom kan dit feit niet aan het bestreden besluit ten grondslag worden gelegd. Met betrekking tot de gang van zaken in verband met de Vervolg-bijdrage-regeling Ontwikkeling Gemeentelijk Milieubeleid, waarbij de gemeente Weststellingwerf een boete van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieuhygiëne riskeerde, overweegt de Raad dat niet gebleken is dat betrokkene in de jaren waarop dit betrekking had als eerste verantwoordelijk was voor deze situatie. De Raad merkt hierbij op dat betrokkene nadien als [naam functie] een bijdrage heeft geleverd aan het treffen van maatregelen, waardoor uiteindelijk aan de gemeente Weststellingwerf geen boete is opgelegd.

4. Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd. Het hoger beroep slaagt derhalve niet en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

5. In het vorenstaande vindt de Raad aanleiding appellant op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 644,- wegens verleende rechtsbijstand en € 19,90 aan reiskosten, derhalve in totaal € 663,90.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 663,90, te betalen door de gemeente Weststellingwerf;

Bepaalt dat van de gemeente Weststellingwerf een griffierecht van € 428,- wordt geheven.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en K.J. Kraan en

A.A.M. Mollee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 december 2007.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) K. Moadinne.

HD

02.12