Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BC0363

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-12-2007
Datum publicatie
18-12-2007
Zaaknummer
05-4628 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Juistheid astgestelde belastbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/4628 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 juli 2005, 05/711 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 14 december 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 november 2007. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde, terwijl het Uwv, zoals tevoren was aangekondigd, niet is verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De feiten die in de aangevallen uitspraak zijn vermeld, worden door partijen niet betwist en vormen derhalve voor de Raad het uitgangspunt bij zijn oordeelsvorming.

Bij besluit van 28 september 2004 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van

28 november 2004 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% was.

In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 20 januari 2005 (het bestreden besluit), waarin het Uwv de primaire beslissing heeft gehandhaafd, ongegrond verklaard.

Appellante is tegen die uitspraak in hoger beroep gekomen.

Ter zitting heeft appellantes gemachtigde desgevraagd toegelicht dat het hoger beroep op 2 pijlers rust. Zij is van oordeel dat het Uwv de medische beperkingen onjuist heeft ingeschat en voorts dat de rechtbank in haar uitspraak haar medische oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd.

De Raad is van oordeel dat de beschikbare gegevens voldoende steun bieden aan de opvatting van het Uwv dat appellante op de datum in geding, gelet op haar medische beperkingen, in staat was de haar door de arbeidsdeskundige voorgehouden functies te vervullen. De Raad, met de rechtbank, ziet onvoldoende aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen en - daarmee samenhangend - evenmin voldoende aanknopingspunten om tot benoeming van een deskundige over te gaan. Hij stelt zich achter de overwegingen in de aangevallen uitspraak. De Raad voegt daaraan nog het volgende toe.

De verzekeringsarts Tan heeft in de primaire fase eigen onderzoek gedaan en een deskundigenonderzoek laten verrichten door de psychiater Winter. Appellante is rond de datum in geding niet meer onder behandeling van een specialist.

De bezwaarverzekeringsarts Weegink komt op basis van het medisch dossier en het gestelde in het bezwaarschrift tot de conclusie dat de belastbaarheid op juiste en zorgvuldige wijze is vastgesteld. Hij ziet dan ook geen reden om af te wijken van het primaire medisch oordeel.

In beroep heeft appellante haar grieven onderbouwd met rapporten van het instituut Psychosofia en van de orthopedisch chirurg Schreuder, alsmede met informatie van de huisarts Van Loon en van de voormalig behandelend reumatologen Gerards en Wouters. Op de hierop door de bezwaarverzekeringsarts geformuleerde reactie, waarin hij gemotiveerd en overtuigend aangeeft waarom de nader ingebrachte stukken geen effect hebben op de functionele mogelijkhedenlijst van 4 mei 2004, is zijdens appellante evenwel - ook in hoger beroep - inhoudelijk niet meer gereageerd.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Er zijn geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en R.C. Stam en

A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 december 2007.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) M. Lochs.

JL