Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB6647

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-10-2007
Datum publicatie
29-10-2007
Zaaknummer
05-6614 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/6614 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 3 oktober 2005, 05/798 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 oktober 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.J.M. Strijbosch, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 september 2007, waar appellante met bericht van verhindering niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.M.C. Beijen.

II. OVERWEGINGEN

Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van 7 maart 2005 (bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 19 oktober 2004, strekkende tot intrekking van de naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% berekende uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering per 19 december 2004 omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.

De rechtbank heeft bij de uitgevallen uitspraak geoordeeld dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist moet worden geacht. Voor wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, heeft de rechtbank vastgesteld dat dit pas in beroep is voorzien van een deugdelijke arbeidskundige toelichting. De rechtbank heeft het beroep van appellante onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Raad met betrekking tot het Claimbeoordeling- en Borgingssysteem, gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit, onder toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in stand gelaten.

Namens appellante zijn de eerdere beroepsgronden herhaald. Deze houden -kort samengevat- in dat door de artsen onvoldoende rekening is gehouden met haar medische beperkingen, dat appellante door haar klachten niet in staat is om de geduide functies te vervullen en dat ten onrechte is uitgegaan van opleidingsniveau 2. Ter ondersteuning is verwezen naar de in beroep overgelegde informatie van zenuwarts B.J.M. Franssen.

De Raad overweegt als volgt.

Voor wat betreft de medische grondslag kent de Raad evenals de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek van die artsen zorgvuldig en weloverwogen geweest, waarbij de Raad aantekent dat informatie uit de behandelende sector is meegewogen en dat appellante geen gegevens heeft overgelegd op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat door de (bezwaar)verzekeringsartsen verdergaande beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst hadden moeten worden opgenomen. De in beroep ingezonden brief van 10 juni 2005 van de (voormalig) zenuwarts Franssen biedt voor het aannemen daarvan onvoldoende aanknopingspunten. Deze geeft immers te kennen appellante slechts zeer sporadisch te hebben gezien.

De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond om ervan uit te gaan dat de aan appellante voorgehouden functies voor haar in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn. Met de door de bezwaararbeidsdeskundige gegeven toelichting is in beroep alsnog op toereikende wijze toegelicht waarom de functies als voor appellante haalbaar kunnen worden aangemerkt en dat appellante over het juiste opleidingsniveau beschikt.

De aangevallen uitspraak waarbij de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand zijn gelaten, komt voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2007.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

MK