Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB5870

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-10-2007
Datum publicatie
18-10-2007
Zaaknummer
06-4252 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Functiebeschrijving. Deugdelijke motivering op punt van leidinggeven? Hoofdlijnen weergeven. Structureel opgedragen taken opnemen in aanhangsel?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4252 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Staatssecretaris van Defensie (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 20 juni 2006, 05/1356 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene]

en

appellant

Datum uitspraak: 3 oktober 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft - gevoegd met de gedingen 06/5198 AW en 06/5199 AW - plaatsgevonden op 23 augustus 2007. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.A.M. Bot, mr. M.A. Suwout, [B. ] en [v. V.], allen werkzaam bij het ministerie van Defensie. Betrokkene heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. J.H. Gerritsen, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp.

Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst; thans wordt in de onderhavige zaak afzonderlijk uitspraak gedaan.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Met ingang van 15 december 2000 zijn de zestien garnizoenen van de Koninklijke Landmacht, waarin de bewakings- en beveiligingsfunctionaliteit voor de Landmacht was belegd, omgevormd naar een vijftal Regionale Militaire Commando’s. In verband hiermee diende de functie van beveiligingshoofdbeambte waarin betrokkene is geplaatst opnieuw te worden beschreven en gewaardeerd. Bij besluit van 3 november 2003, zoals nadien gewijzigd, is de beschrijving van deze functie vastgesteld, waartegen betrokkene bezwaar heeft gemaakt. Bij besluit van 1 november 2005 (hierna: bestreden besluit) is, voorzover in dit geding nog van belang, het bezwaar van betrokkene op het punt van het begeleiden van stagiaires gegrond verklaard, welke werkzaamheid volgens appellant in een tijdelijk aanhangsel bij de organieke functiebeschrijving dient te worden opgenomen, en het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en bepaald dat appellant in plaats van het bestreden besluit een nieuw besluit neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tevens zijn bepalingen omtrent griffierecht en proceskosten gegeven. Daartoe is overwogen dat het voeren van functioneringsgesprekken ten onrechte niet is opgenomen in de functieomschrijving. Voorts is de rechtbank van oordeel dat appellant niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het optreden als commandant Gebiedsovername-kamer (C-GOK) niet vermeld behoort te worden onder de werkzaamheden van de functie van beveiligingshoofdbeambte.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad het volgende.

3.1. De Raad stelt voorop dat ingevolge de richtlijn functiebeschrijvingen KL en de handleiding functiebeschrijving 9.0 de functiebeschrijving de organieke functie op hoofdlijnen dient weer te geven, dat wil zeggen dat niet in detail wordt ingegaan op alle afzonderlijke werkzaamheden die door de functionaris moeten worden verricht. Structureel opgedragen taken die naar het inzicht van het bevoegd gezag niet behoren tot de organieke functie, kunnen de zwaarte van de functie mede bepalen en moeten om die reden volgens de richtlijn eveneens worden beschreven. Deze taken dienen te worden opgenomen in een aanhangsel dat onlosmakelijk deel uitmaakt van de functie-beschrijving.

3.2. De Raad stelt vast dat hoewel het houden van functioneringsgesprekken in samenhang met beoordelingsgesprekken organiek als leidinggevende taak bij de chef beveiligingsbeambte is gelegd, in individuele gevallen beveiligingshoofdbeambten zijn aangewezen om functioneringsgesprekken te voeren. In het geval van betrokkene is dit ook gebeurd. Gelet hierop is de vraag aan de orde of deze taak opgenomen zou moeten worden in een persoonlijk aanhangsel bij de functiebeschrijving. Anders dan appellant is de Raad van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Naar het oordeel van de Raad is voldoende aannemelijk geworden dat deze taak niet alleen structureel wordt verricht, maar ook een substantieel deel uitmaakt van de functie van betrokkene. Betrokkene voert jaarlijks functioneringsgesprekken met het aan hem toegewezen personeel. Dergelijke gesprekken zijn van wezenlijk belang voor de organisatie. Deze taak brengt mee dat gedurende het functioneringstijdvak geregeld stilgestaan moet worden bij het functioneren van de betrokken persoon zodat in het functioneringsgesprek tot een afgewogen oordeel kan worden gekomen.

3.3. De Raad onderschrijft appellants standpunt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat appellant niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het optreden als C-GOK niet vermeld behoort te worden onder de werkzaamheden van de functie van beveiligings-hoofdbeambte. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting neemt de Gebiedsover-namekamer in het geval de Centrale Meldkamer (CMK) uitvalt voor een bepaald gebied alle functies over die de CMK normaliter zou uitvoeren. De beveiligingshoofdbeambte in zijn hoedanigheid van commandant Gebiedsmeldpunt (C-GMP) wordt in een dergelijke situatie in eerste instantie C-GOK. Bij uitval van de CMK krijgt de C-GOK derhalve als eerste de melding te zien, waarop hij volgens het bijbehorende actiepatroon dient te reageren. Na deze eerste reactie als C-GOK verricht de betrokkene weer zijn eigen werkzaamheden als C-GMP. Naar het oordeel van de Raad heeft appellant zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat de werkzaamheden die beveiligings-hoofdbeambten zoals betrokkene in het kader van het optreden als C-GOK verrichten genoegzaam zijn weergegeven onder punt 2 van de functiebeschrijving en dan in het bijzonder onder het aspect ‘het conform vastgestelde actiepatronen reageren op incidenten tot het moment waarop de verantwoordelijke eenheidscommandant of diens waarnemer ter plaatse arriveert’. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat het optreden als C-GOK slechts zeer incidenteel plaatsvindt, en dan alleen in eerste instantie bij de C-GMP is neergelegd.

4. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak, onder verbetering van gronden, voor bevestiging in aanmerking komt. Appellant dient een nieuwe beslissing op de nog in geding zijnde bezwaren te nemen met inachtneming van hetgeen de Raad in deze uitspraak heeft overwogen.

5. De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, appellant te veroordelen in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 644,- wegens verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, met dien verstande dat appellant een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen met inachtneming van hetgeen de Raad in deze uitspraak heeft overwogen;

Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 644,-, te betalen door de Staat der Nederlanden.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en M.C. Bruning en K.J. Kraan als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 oktober 2007.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) M.B. de Gooijer.