Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB5724

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-10-2007
Datum publicatie
17-10-2007
Zaaknummer
05-6572 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/6572 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 oktober 2005, 05/1660 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 oktober 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D.A. Harff, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2007. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 6 oktober 2004 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 6 december 2004 ingetrokken onder overweging dat appellant met ingang van die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt in de zin van die wet was. Bij besluit van 8 maart 2005, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv het tegen het besluit van 6 oktober 2004 ingediende bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat het Uwv appellants belastbaarheid, zoals verwoord in de opgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), niet heeft overschat.

Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de voor appellant geselecteerde functies in medisch opzicht geschikt zijn. In lijn met de jurisprudentie van de Raad inzake het zogeheten Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) – verwezen wordt naar de uitspraak van de Raad van 9 november 2004, LJN: AR4718 – heeft de rechtbank geoordeeld dat de gewenste onderbouwing van de geschiktheid van appellant voor de geselecteerde functies pas tijdens de procedure bij de rechtbank is gegeven.

Daarom heeft de rechtbank het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geheel in stand gelaten. Voorts heeft de rechtbank bepalingen nopens de vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant gegeven.

In hoger beroep is namens appellant aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de belastbaarheid van appellant, met name op psychisch gebied, door het Uwv niet is overschat. Voorts acht appellant de vaststelling door de rechtbank dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was, onbegrijpelijk.

Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit in rechte stand kan houden.

Die vraag beantwoordt de Raad bevestigend en hij overweegt daartoe het volgende.

De Raad heeft evenals de rechtbank geen redenen om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek van het Uwv en de juistheid van de conclusies ervan, waarop het bestreden besluit is gebaseerd. De overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het medische aspect van het bestreden besluit onderschrijft de Raad. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd kan geen ander licht op de zaak werpen. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat er geen medische gegevens zijn aangedragen die aan dat standpunt van appellant steun geven.

In hoger beroep zijn geen afzonderlijke grieven tegen het oordeel van de rechtbank over de geschiktheid van appellant voor de geselecteerde functies aangevoerd. De Raad overweegt dat hij in lijn met zijn uitspraak van 17 april 2007, LJN: BA2955, wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak over de medische geschiktheid van de geselecteerde functies onderschrijft.

De aangevallen uitspraak komt daarom voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.W. Engelhart als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2007.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) J.W. Engelhart.

JL