Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB5651

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-10-2007
Datum publicatie
17-10-2007
Zaaknummer
05-5271 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schatting WAO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/5271 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 13 juli 2005, 04/2205 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 15 oktober 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. N.F.J. Sijstermans, werkzaam bij de Stichting Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2007. Appellante en haar gemachtigde zijn -zoals schriftelijk aangekondigd- niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door F.G.E. Houtbeckers.

II. OVERWEGINGEN

Het Uwv heeft appellante met ingang van 28 januari 1999 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

Bij besluit van 11 februari 2004 is die uitkering met ingang van 3 april 2004 ingetrokken, omdat appellante vanaf die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht.

Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 11 november 2004 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat de medische beperkingen van appellante op een onjuiste wijze zouden zijn vastgesteld. Ten aanzien van de geduide functies is naar het oordeel van de rechtbank door het Uwv voldoende gemotiveerd waarom appellante in staat zou moeten zijn deze functies te verrichten.

In hoger beroep voert appellante in essentie dezelfde gronden aan als in het beroep bij de rechtbank. Zij is nog steeds van mening dat de geduide functies niet passend zijn gelet op haar beperkingen.

De Raad is van oordeel dat de rechtbank de argumenten van appellante afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom die argumenten niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig. Voorts merkt de Raad op dat de grieven met betrekking tot de passendheid van de functie van schadecorrespondent, sbc-code 516080, voorbij gaan aan het feit dat het Uwv deze functie niet langer aan de schatting ten grondslag legt omdat appellante niet aan de opleidingseis voldoet. Nu er voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen resteren kan de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante ook naar het oordeel van de Raad op basis van de resterende functies ongewijzigd worden vastgesteld.

Het hoger beroep treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.

TM