Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB5148

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-09-2007
Datum publicatie
09-10-2007
Zaaknummer
06-4289 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing van aanvraag om aanvulling te verstrekken op FPU-uitkering. Non-activiteitsregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/4289 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 13 juni 2006, 05/5083 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk (hierna: college)

Datum uitspraak: 27 september 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2007. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. J. van Overdam, werkzaam bij de AbvaKabo FNV. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Schaap, advocaat te Zwolle, en K. Vos, medewerkster van de gemeente Nijkerk.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreid overzicht van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.1. Appellant heeft met ingang van 1 januari 2000 gebruik gemaakt van de Non-activiteitsregeling die is neergelegd in bijlage A van het Sociaal statuut herindeling gemeenten Hoevelaken / Nijkerk. Tot de leeftijd van 61 jaar heeft appellant zijn laatstgenoten bezoldiging behouden. Bij het bereiken van de leeftijd van 61 jaar heeft hij gebruik gemaakt van de zogenoemde FPU-regeling en de gemeentelijke FPU-plus-regeling. Ingevolge die regelingen genoot appellant een FPU-uitkering van (70 plus 16 =) 86% van zijn laatstgenoten bezoldiging.

1.2. Appellant heeft het college verzocht hem een aanvulling te verstrekken omdat zijn FPU-uitkering minder bedraagt dan 75% van zijn laatstgenoten bezoldiging, waarvan in de Non-activiteitsregeling sprake is. Hij heeft bij zijn aanvraag de uitkering ingevolge de FPU-plusregeling buiten beschouwing gelaten.

1.3. Het college heeft appellants aanvraag afgewezen. Het is van mening dat de aanvulling op de FPU-uitkering tot 75% van de laatstgenoten bezoldiging niet tot uitkering komt bij het recht op een hogere uitkering op grond van de FPU-plusregeling. Na bezwaar heeft het college zijn standpunt gehandhaafd bij het bestreden besluit van

26 oktober 2005.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat in onderdeel F van de Non-activiteitsregeling is bepaald dat de FPU-uitkering tot het bereiken van de leeftijd van 65 jaar wordt aangevuld tot 75% van de laatstgenoten bezoldiging en dat een redelijke interpretatie van deze bepaling meebrengt dat geen sprake is van toekenning van een vaste suppletie van 5%.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren hebben gebracht, overweegt de Raad het volgende.

3.1. Hij kan zich geheel verenigen met de beslissing van de rechtbank en met de overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd. Onderdeel F van de Non-activiteitsregeling spreekt enkel van het aanvullen van de FPU-uitkering tot 75% van de laatstgenoten bezoldiging. De bepaling houdt aldus de garantie in dat de betrokken ambtenaar in ieder geval aanspraak behoudt op een bedrag gelijk aan 75% van de laatstgenoten bezoldiging. De tekst van onderdeel F dwingt bepaald niet tot de uitleg dat sprake is van een aanspraak op een op zichzelf staande aanvulling van 5%. Ook de omstandigheid dat sprake is van naast elkaar staande regelingen, de Non-activiteitsregeling en de FPU-regelingen, leidt niet tot die door appellant bepleite uitkomst. Nu bij appellant sprake is van een FPU-uitkering van 86% van de laatstgenoten bezoldiging, kan hij aan de (garantie)bepaling van onderdeel F geen rechten ontlenen.

4. De aangevallen uitspraak moet dan ook worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en A. Beuker-Tilstra en J.L.P.G. van Thiel als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van

M.J.H. van Baalen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 september 2007.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) M.J.H. van Baalen.

HD

20.09