Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB4154

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-09-2007
Datum publicatie
25-09-2007
Zaaknummer
06-7386 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Geen feiten die doorbreking appèlverbod zouden kunnen rechtvaardigen. Geen evidente schending goede procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/7386 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkeloudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 9 november 2006, 05/1902 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna het Uwv).

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 7 maart 2007 heeft de Raad zich in het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak onbevoegd verklaard.

Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant verzet gedaan.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op 8 augustus 2007 waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 7 maart 2007 berust hierop, dat ingevolge artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet geen hoger beroep open staat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb. Voor een uitzondering op dit beginsel ziet de Raad geen aanleiding.

In hetgeen in verzet is aangevoerd heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om de uitspraak waartegen verzet is gedaan, voor onjuist te houden.

De Raad is verder niet gebleken van feiten of omstandigheden die een doorbreking van het appèlverbod zouden kunnen rechtvaardigen. De Raad merkt in dit verband op dat niet gebleken is dat sprake is van een evidente schending van de eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier uitgesproken in het openbaar op 5 september 2007.

(get.) M.A. Hoogeveen.

(get.) P. Boer.

BvW