Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB3453

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-09-2007
Datum publicatie
13-09-2007
Zaaknummer
05-5707 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek terug te komen van weigering Wajong-uitkering. Nieuwe feiten?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/5707 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellangte],

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 18 augustus 2005, 04/2235 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 september 2007

I. PROCESVERLOOP

Mr. drs. A.H.J. de Kort, advocaat te Helmond, heeft namens appellante hoger beroep ingesteld. In het beroepschrift als in een schrijven van 17 juli 2007 verwijst mr. De Kort ter onderbouwing van de gronden naar diverse bijgevoegde stukken.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend, waarin verwezen wordt naar een bijgevoegde rapportage van de bezwaarverzekeringsarts D. Ubbink van 18 november 2005.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 juli 2007.

Appellante en haar gemachtigde zijn daarbij - met bericht - niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K.M. van de Sande.

II. OVERWEGINGEN

Appellante, die [in] 1977 is geboren en vanaf zo rond haar twaalfde jaar te kampen had met chronische vermoeidheid en concentratieklachten, heeft op 24 augustus 1999 bij het Uwv een aanvraag ingediend voor een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).

Op deze aanvraag is door het Uwv bij besluit van 29 augustus 2000 afwijzend beslist omdat appellante op en na 23 augustus 1998 minder dan 25% arbeidongeschikt was.

Het hiertegen door appellante bij schrijven van 30 januari 2001 gemaakte bezwaar is bij besluit op bezwaar van 28 maart 2001 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar te achten was. Dit besluit is rechtens onaantastbaar geworden.

Appellante heeft het Uwv bij brief van 10 februari 2003 verzocht terug te komen op zijn besluit van 29 augustus 2000 omdat er bij de behandelend sector een gewijzigd inzicht bestond aangaande de grond van haar klachten en beperkingen. Appellantes klachten en beperkingen zouden, anders dan het Uwv destijds na raadpleging van de zenuwarts

prof. dr. E.J. Colon bij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek veronderstelde, niet berusten op een somatisatiestoornis of somatisering, maar zijn toe te schrijven aan het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).

Het Uwv heeft appellante bij besluit van 12 februari 2004 medegedeeld niet terug te komen van zijn besluit van 29 augustus 2000 omdat uit het onderzoek van verzekeringsarts C. Stoffels niet gebleken was van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) die het Uwv aanleiding had behoren te geven om het oorspronkelijke besluit te herzien.

Het daartegen namens appellante ingestelde bezwaar is bij besluit op bezwaar van 22 juli 2004 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

Appellante heeft in beroep, onder verwijzing naar verklaringen van haar huisarts R.J.M. van Gestel en een door verzekeringsarts J.H.W. Bakker-Martens verricht sociaal medisch onderzoek, doen aanvoeren dat het Uwv ten onrechte heeft aangenomen dat er geen sprake is van nieuw gebleken feiten en omstandigheden. Er zijn immers - aldus appellante - twee nieuwe diagnoses gesteld, het chronisch vermoeidheidssyndroom en migraine, die de klachten van appellante kunnen verklaren.

Bezwaarverzekeringsarts L.T.M. Lenders heeft in hetgeen is aangevoerd geen aanleiding gezien om een ander standpunt in te nemen omdat louter ging om het anders benoemen of verklaren van langer bestaande klachten.

De rechtbank heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe - ondermeer - overwogen (waarbij appellante als eiseres is aangeduid en het Uwv als verweerder):

“De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid in de zin dat na het besluit van 29 augustus 2000 de diagnose CVS/ME bij eiseres is gesteld als zodanig geen nieuw feit is als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. Ook de door eiseresses huisarts gestelde diagnose, te weten migraine, kan niet als een nieuw feit zoals hiervoor bedoeld worden aangemerkt. De rechtbank stelt vast dat deze diagnosen weliswaar zijn gesteld, maar dat geen sprake is van wezenlijk andere gegevens ten aanzien van eiseresses medische situatie dan waarmee de verzekeringsarts in 1999 reeds bekend was. Een andere (diagnostische) interpretatie van reeds bekende feiten en omstandigheden kan niet worden beschouwd als een nieuw feit of omstandigheid in de zin van artikel 4:6 van de Awb (CRvB 20 april 2005, www.rechtspraak.nl, LJN: AT5338). De rechtbank volgt dan ook verweerder in zijn standpunt dat uit hetgeen door eiseres in beroep is aangevoerd niet de ingevolge artikel 4:6 van de Awb vereiste nieuwe feiten of omstandigheden naar voren komen. In dit verband verwijst de rechtbank naar de uitspraken van de CRvB van 8 maart 2001 (www.rechtspraak.nl, LJN: AB0931) en van 6 november 2003 (www.rechtspraak.nl, LJN:AN7838).

Verweerder was dan ook bevoegd om met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb het verzoek van eiseres af te wijzen. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gezegd dat verweerder niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel (zie CRvB 21 oktober 2003, www.rechtspraak.nl, LJN: AM3202).”

Appellante heeft zich in hoger beroep wederom op het standpunt gesteld dat er wel degelijk nieuwe feiten en omstandigheden aan haar verzoek ten grondslag zijn gelegd. Naast de eerder vastgestelde diagnose somatoforme stoornis is door de behandelend sector inmiddels de diagnose CVS gesteld. Het betreft een algemeen erkend ziektebeeld en een afzonderlijke diagnose, die niet in het verlengde ligt van de diagnose somatoforme stoornis. Daarnaast heeft appellante haar eerdere stelling herhaald dat ook de door haar huisarts vastgestelde diagnose migraine niet eerder was gesteld en een nieuw feit of omstandigheid betreft. Appellante heeft ter onderbouwing van haar stelling dat zij als gevolg van deze aandoeningen arbeidsongeschikt is geraakt verwezen naar een op 21 juli 2005 gedateerde brief van de immunoloog prof. dr. J.W. Cohen Tervaert, een op 3 juli 2007 gedateerde brief van de orthomoleculaire geneeskundige I.E. de Vries en diverse andere stukken waaruit blijkt dat zij inmiddels verzorgingsbehoeftig en bedlegerig is.

De Raad overweegt als volgt.

Het gaat in dit geding om de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit in rechte stand kan houden.

Hetgeen de gemachtigde van appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is nagenoeg een herhaling van de in beroep aangevoerde grieven en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De Raad overweegt hiertoe dat het Uwv in de twee ter verklaring van de klachten van appellante nieuw opgeworpen diagnosen CVS en migraine geen aanleiding had behoren te zien om zijn besluit van 29 augustus 2000 te herzien omdat voornoemde diagnosen niet dwingen tot de conclusie dat de belastbaarheid van appellante, wat betreft het tijdstip in geding, anders moet worden ingeschat dan voorheen.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep geen doel treft en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 september 2007.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) M. Gunter.

DK