Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB2723

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-08-2007
Datum publicatie
03-09-2007
Zaaknummer
05-5331 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/5331 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 27 juli 2005, 04/1659

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 24 augustus 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift met bijlage ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op vrijdag 13 juli 2007. Appellant en het Uwv zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Voor een uitvoerig overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in de aangevallen uitspraak heeft weergegeven.

Bij het thans bestreden besluit van 3 maart 2005 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met ingang van

3 november 2003 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat het Uwv, gelet op de voorhanden zijnde medische gegevens, de gezondheidstoestand van appellant en de daaruit voortvloeiende beperkingen voor zijn arbeidsvermogen niet onjuist heeft ingeschat. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen dat haar niet is gebleken dat het medisch onderzoek niet met de vereiste zorgvuldigheid is uitgevoerd.

Voor wat betreft de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat, gelet op de arbeidskundige rapporten van 14 oktober 2004 en 1 maart 2005, het Uwv genoegzaam gemotiveerd heeft dat de belasting die optreedt in de aan de schatting ten grondslag gelegde functies de vastgestelde belastbaarheid van appellant niet overschrijdt.

De rechtbank heeft vervolgens het beroep voor zover gericht tegen het besluit van

3 maart 2005 ongegrond verklaard.

Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat het hem onmogelijk is voor 75% aan het arbeidsproces deel te nemen. Zijn klachtenpatroon is eerder nog verergerd en bestaat niet alleen uit de rug- en knieklachten, maar ook uit nek-, heup- en enkelklachten met daarnaast sporadische uitval van één of beide benen. Hij heeft zich recent laten doorverwijzen door zijn huisarts naar meerdere specialisten. Appellant stelt zich op het standpunt dat werkzaamheden in een aangepaste baan voor circa 2 à 3 uur per dag het maximaal haalbare is.

De Raad overweegt als volgt.

De Raad kan de rechtbank volgen in haar oordeel dat op grond van de stukken kan worden aangenomen dat de (bezwaar)verzekeringsartsen bij appellant niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld.

Voorts heeft appellant ook in hoger beroep geen informatie overgelegd die de Raad aanleiding geeft tot twijfel aan de bevindingen van de verzekeringsartsen inzake zijn belastbaarheid op de datum in geding 3 november 2003 en aan het standpunt van het Uwv dat appellant met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies.

Het hoger beroep slaagt niet.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en A.T. de Kwaasteniet en R.P.T. Elshoff als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S. Sweep als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2007.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) S. Sweep.

TM