Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB2445

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-08-2007
Datum publicatie
29-08-2007
Zaaknummer
06-5344 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing bijzondere bijstand voor stookkosten op de grond dat deze kosten niet als noodzakelijk zijn aan te merken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2007, 346

Uitspraak

06/5344 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellangte],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 augustus 2006, 05/1639 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten (hierna: College)

Datum uitspraak: 28 augustus 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juli 2007. Appellante is verschenen. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Op 9 december 2004 heeft appellante een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor extra stookkosten.

Bij besluit van 17 juni 2005 heeft het College deze aanvraag afgewezen op de grond dat deze kosten niet als noodzakelijk zijn aan te merken.

Bij besluit van 13 september 2005 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 17 juni 2005 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 13 september 2005 ongegrond verklaard.

Appellante heeft zich gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Aan het besluit om appellante geen bijzondere bijstand te verlenen voor extra stookkosten ligt een advies ten grondslag van 19 mei 2005 van P.C.A. van Vlokhoven, als arts verbonden aan het RIO Flevoland. Dit advies bevat de conclusie dat wetenschappelijk nooit is aangetoond dat een hogere temperatuur een positieve invloed heeft op het type aandoening dat bij appellante bestaat (fybromyalgie), dat appellante in staat is zichzelf warm aan te kleden en in staat is zichzelf warm te houden door te blijven bewegen. Op grond daarvan bestaan er volgens de adviserende arts op medische en praktische gronden onvoldoende argumenten en onderbouwing voor een positief advies voor de gevraagde voorziening. In het spoor van dat advies heeft het College de aanvraag om bijzondere bijstand voor extra stookkosten van appellante afgewezen. De juridische grondslag voor deze in bezwaar gehandhaafde afwijzing is dat geen sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan in de zin van artikel 35, eerste lid, van de Wet werk bijstand.

De Raad heeft geen aanknopingspunt gevonden om dit standpunt van het College voor onjuist te houden. De Raad stelt voorop dat het College wat de noodzaak van de gevraagde voorziening betreft kon en mocht afgaan op de bij de RIO Flevoland - naar aanleiding van de bijstandsaanvraag - en de GGD Flevoland - naar aanleiding van het gemaakte bezwaar - ingewonnen adviezen. Deze adviezen zijn zorgvuldig tot stand gekomen en naar hun inhoud deugdelijk. De Raad neemt daarbij in aanmerking dat voldoende informatie aanwezig was over de door appellante gestelde medische klachten zodat, mede in het licht van de conclusie dat geen verband is aangetoond tussen een hogere temperatuur en een positieve invloed op het type aandoening dat bij appellante bestaat, het opvragen van verdere gegevens bij de behandelaars achterwege kon blijven. Van de zijde van appellante zijn geen andere concrete objectieve medische gegevens overgelegd op grond waarvan het College tot toekenning van bijzondere bijstand had moeten komen.

Gelet op het vorenoverwogene treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten als voorzitter en A.B.J. van der Ham en L.H. Waller als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2007.

(get.) Th.C. van Sloten.

(get.) R.E. Lysen.

BKH