Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB2063

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-08-2007
Datum publicatie
21-08-2007
Zaaknummer
05/7385 AW t/m 05/7393 AW, 06/2686 AW, 07/802 AW, 07/806 AW t/m 07/808 AW e.a.
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Functiewaardering. Kan functiebeschrijving van betrokkenen in voldoende mate kan worden ondergebracht in de normfunctie Verpleegkundige IC-8b en die van de overige IC-verpleegkundigen in de normfunctie Verpleegkundige IC-9a?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/7385 AW t/m 05/7393 AW, 06/2686 AW, 07/802 AW, 07/806 AW t/m 07/808 AW,

07/811 AW, 07/813 AW, 07/816 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van Bestuur van het Academisch Ziekenhuis Leiden, (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 november 2005, 04/3951, 04/3955, 04/3958, 04/3959, 04/3962, 04/4012, 04/4174, 04/4291, 04/3974 (hierna: aangevallen uitspraak),

in de gedingen tussen:

[Betrokkene 1],

[Betrokkene 2],

[Betrokkene 3],

[Betrokkene 4],

[Betrokkene 5],

[Betrokkene 6],

[Betrokkene 7],

[Betrokkene 8],

[Betrokkene 9], (hierna: betrokkenen)

en

appellant

Datum uitspraak: 2 augustus 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkenen hebben een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft ten aanzien van betrokkenen, met uitzondering van de betrokkene [S.], op 17 december 2005 nieuwe besluiten genomen ter uitvoering van de aangevallen uitspraak en deze naar de Raad gestuurd. Betrokkenen hebben op deze besluiten gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2007. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.L. de Vos, drs. A. Nennie, E. de Koning en C.J. van Rossum, allen werkzaam bij het Leids Universitair Medisch Centrum (hierna: LUMC). [J.], [P.], [S.], [d. D.] en [Sch.] zijn in persoon verschenen, bijgestaan door mr. H.B.C. Stratman, advocaat te Haarlem. Mr. Stratman is tevens verschenen voor [D.], [d. R.] en [a.d.S.]. Niet verschenen is [S.].

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Op 1 januari 2003 is in het LUMC het nieuwe functiewaarderingssysteem FuwaVaz van kracht geworden. Op die datum waren betrokkenen werkzaam op de afdeling [Unit] (hierna: [naam Unit]) in de functie van Verpleegkundig Teamlid Intensive Care (hierna: IC) met functieschaal A08. Aan de hand van de nieuwe normfunctie Verpleegkundige IC-8b is hun functie gewaardeerd in schaal 8B. Bij afzonderlijke besluiten van 4 augustus 2004 heeft appellant de bezwaren van betrokkenen tegen die waardering ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de beroepen van betrokkenen gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd, appellant opgedragen om nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van hetgeen de rechtbank in haar uitspraak heeft overwogen en bepalingen gegeven over de vergoeding van griffierecht en proceskosten. De rechtbank is tot dat oordeel gekomen, omdat naar haar opvatting de betrokkenen in voldoende mate aannemelijk hebben gemaakt dat zij hun werkzaamheden in meerdere intensieve zorg-praktijken verrichten, hetgeen een indicatie vormt voor waardering aan de hand van de normfunctie Verpleegkundige IC-9a met de daarbij behorende schaal 9A.

3. Bij de in rubriek I genoemde nieuwe besluiten van 17 december 2005 heeft appellant de bezwaren van de betrokkenen gegrond verklaard en de waardering van hun functie gewijzigd in een waardering aan de hand van de normfunctie Verpleegkundige IC-9a, schaal 9A. Blijkens de reactie daarop van betrokkenen is appellant geheel tegemoet-gekomen aan hun bezwaarschrift.

4. Naar aanleiding van hetgeen in hoger beroep is aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.

4.1. Artikel 4.2, derde lid, van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Academische Ziekenhuizen (CAO-AZ) bepaalt dat de waardering van functies geschiedt op basis van functietyperingen. Daarbij wordt onder functietypering verstaan: een zodanige beschrijving van de inhoud van de functie dat de bijbehorende salarisschaal met behulp van FuwaVaz is vast te stellen. Het vijfde lid van artikel 4.2 van de CAO-AZ regelt de overgangsbepalingen die gelden voor de herwaardering van de op 1 januari 2003 bestaande functies volgens het nieuwe functiewaarderingssysteem FuwaVaz. Onderdeel b van dit vijfde lid schrijft voor dat de herwaardering plaatsvindt op basis van de bestaande functietyperingen/functiebeschrijvingen waarbij eventuele tekortkomingen in de bestaande typeringen door het ziekenhuis moeten worden opgelost. Volgens onderdeel c van dat vijfde lid kan de werkgever besluiten de bestaande functietyperingen/functie-beschrijvingen te vervangen door normfuncties uit het FuwaVaz systeem, indien de werkzaamheden daarin in voldoende mate kunnen worden ondergebracht. In dat geval geldt de waardering die in het systeem voor de normfunctie is opgenomen.

4.2. Met het oog op de invoering van het nieuwe functiewaarderingssysteem FuWaVaz is binnen het LUMC gewerkt aan het technisch omzetten van alle functies waarop dat systeem van toepassing is. Appellant volgt daarbij de werkwijze dat de bestaande functie-beschrijving naast de normfunctie wordt gelegd zoals deze binnen FuwaVaz gehanteerd wordt. Indien geen normfunctie toepasbaar blijkt te zijn, wordt vervolgens gekeken of een LUMC functietypering van toepassing is. Is dat ook niet het geval dan wordt de functie gescoord aan de hand van de 14 FuwaVaz-kenmerken. Ter zitting is namens appellant benadrukt dat in het geval van betrokkenen de bestaande functiebeschrijving is vergeleken met de FuwaVaz-normfunctie en de andere methoden van waardering niet zijn toegepast. Met name is geen sprake geweest van een scoren aan de hand van de 14 Fuwavaz-kenmerken.

4.3. De Raad stelt vast - en dit is ter zitting namens appellant bevestigd - dat appellant bij het technisch omzetten van de functie van betrokkenen de functiebeschrijving heeft gehanteerd zoals deze is vastgesteld in september 1991. Het betreft hier de functie van Verpleegkundig Teamlid Intensive Care. Deze functie komt voor op de afdeling Intensive Care binnen de divisies I, II en III, te weten de IC-afdelingen van de afdelingen Heelkunde, Thorax-Chirurgie, Inwendige Geneeskunde, Hartbewaking, Neurochirurgie en Neonatologie. Dat thans, zoals ter zitting door appellant is betoogd, binnen het LUMC sprake is van één grote geïntegreerde IC (waarvan de [naam Unit] geen deel uitmaakt) kan aan het voorgaande niet afdoen nu in de onderhavige gedingen als uitgangspunt heeft te gelden de functiebeschrijving van betrokkenen van september 1991.

4.4. In deze functiebeschrijving wordt met betrekking tot de functie-inhoud een onder-scheid gemaakt in de verschillende categorieën van activiteiten, te weten categorie A: activiteiten met betrekking tot de preventieve en voorlichtende taak; categorie B: activiteiten met betrekking tot de verzorgende en begeleidende taak; categorie C: activiteiten met betrekking tot de diagnostische en therapeutische taak; categorie D: activiteiten met betrekking tot de coördinerende taak; categorie E: activiteiten met betrekking tot rapportage, registratie en administratieve taak; en categorie F: activiteiten met betrekking tot de overige werkzaamheden.

4.5. Blijkens categorie B zijn betrokkenen ervoor verantwoordelijk dat binnen de hoogcomplexe situatie van de patiënt uitvoering wordt gegeven aan alle aspecten van de verpleegkundige basiszorg. Volgens de beschrijving in categorie C verrichten betrokkenen zelfstandig de geavanceerde en gespecialiseerde zorg van toegewezen patiënten, verrichten zij daartoe verpleegkundige handelingen en technieken die specifiek zijn en rechtstreeks voortvloeien uit de activiteiten van de te verlenen intensieve en complexe patiëntenzorg. Na opdracht en mede onder verantwoordelijkheid van de behandelend artsen passen betrokkenen technieken toe en controleren, registreren en interpreteren daarbij parameterwaarden en doen voorstellen in het kader van de behandeling, zoals (voor zover hier van belang):

- assisteren bij en/of uitvoeren (op aanwijzing en onder toezicht van de arts) van intubaties en extubaties van tubes;

- assisteren bij behandelingen/ingrepen op het gebied van tracheotomie, bronchoscopie, tracheoscopie, gastroscopie, computertomografie, aortagrafie e.d.; scheppen van de noodzakelijke voorwaarden opdat artsen deze handelingen kunnen uitvoeren;

- voorbereiden van en assisteren bij reanimatie, defibrillatie, cardioversie en het inbrengen van pacemakers; zo nodig op eigen initiatief en eigenhandig reanimeren en defibrilleren.

4.6. De Raad heeft in de hier aan de orde zijnde functiebeschrijving geen aanknopings-punten gevonden op grond waarvan moet worden aangenomen dat in functie-inhoudelijke zin onderscheid wordt aangebracht tussen de IC-verpleegkundigen die op de verschillende IC-afdelingen, zoals in 4.3. worden genoemd, werkzaam zijn. Hoewel door appellant in de stukken en ter zitting anders is betoogd, kan de Raad niet anders dan tot de conclusie komen dat blijkens de van toepassing zijnde functiebeschrijving voor iedere IC-verpleeg-kundige dezelfde functie-inhoud geldt, zij mitsdien op iedere willekeurige intensieve zorgpraktijk kunnen worden ingezet en daarmee multi- dan wel interdisciplinaire intensieve zorg verlenen. Niet valt in te zien waarom dit voor de IC-verpleegkundigen van de IC-afdeling [naam Unit] anders zou zijn.

4.7. Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van de Raad niet staande worden gehouden dat de functiebeschrijving van de [naam Unit]-verpleegkundigen in voldoende mate kan worden ondergebracht in de normfunctie Verpleegkundige IC-8b en die van de overige IC-verpleegkundigen in de normfunctie Verpleegkundige IC-9a. De Raad is van oordeel dat reeds hierom de bestreden besluiten niet houdbaar zijn te achten.

5. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Onder verwijzing naar hetgeen is overwogen onder 3. stelt de Raad vast dat de nieuwe besluiten van 17 december 2005 buiten de gedingen vallen.

6. In het voorgaande vindt de Raad aanleiding appellant op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van betrokkenen in hoger beroep. Deze worden voor ieder van hen, met uitzondering van E.W.F. [S.] en W.L. [Sch.], begroot op een zevende deel van ( € 322 x 1,5 =) € 483,- plus een achtste deel van ( € 322 x 1,5 =)

€ 483,- wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand, voor N.D.C. [P.] verhoogd met een bedrag van € 16,32 wegens reiskosten. Voor W.L. [Sch.] worden de kosten begroot op een achtste deel van ( € 322 x 1,5 =) € 483,-. Voor E.W.F. [S.]ch is niet van voor vergoeding in aanmerking komende kosten gebleken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Veroordeelt appellant in de proceskosten van [J.], [D.], [S.], [d. D.], [a.d. S.] en [d. R.] tot een bedrag van € 129,38 voor ieder, van [P.] tot een bedrag van € 145,70 en van [Sch.] tot een bedrag van € 60,38, te betalen door het Academisch Ziekenhuis Leiden;

Bepaalt dat van het Academisch Ziekenhuis Leiden een griffierecht van € 428,- wordt geheven.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en K.J. Kraan en A.A.M. Mollee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2007.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) P.N. Rijnsewijn.

HD