Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB0544

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-07-2007
Datum publicatie
30-07-2007
Zaaknummer
06/1756 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling aflossingscapaciteit bij terugbetaling bijstandsuitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/1756 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 28 februari 2006, 05/3009 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen (hierna: College)

Datum uitspraak: 17 juli 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. K.M. van der Zouwen, advocaat te Oosterhout, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 juni 2007. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Zouwen. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende.

Het College heeft bij besluit van 2 december 2002 van appellant en mede van zijn

partner ten onrechte gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 26.787,48 teruggevorderd. Het maandelijks af te lossen bedrag is destijds vastgesteld op € 6,14 per maand.

Bij besluit van 15 maart 2005 heeft het College het maandelijks af te lossen bedrag met ingang van 1 april 2005 gewijzigd in € 162,28 per maand.

Bij besluit van 19 juli 2005 is het bezwaar tegen het besluit van 15 maart 2005 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen het besluit van 19 juli 2005 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak weergegeven op grond waarvan naar haar oordeel het besluit tot vaststelling van de aflossingscapaciteit op € 162,28 per maand in rechte stand kan houden. De rechtbank is daarbij uitvoerig ingegaan op de door appellant naar voren gebrachte stellingen.

De Raad heeft in hetgeen in hoger beroep tegen de vaststelling van de aflossingscapaciteit naar voren is gebracht geen toereikende aanknopingspunten gevonden om dit oordeel van de rechtbank voor onjuist te houden en onderschrijft in essentie de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen.

De Raad voegt hier nog aan toe dat het feit dat de partner van appellant hoofdelijk aansprakelijk is gesteld voor de terugbetaling van de gemaakte kosten van bijstand met zich brengt dat bij de vaststelling van de aanwezige aflossingscapaciteit ook rekening wordt gehouden met haar inkomsten, zijnde een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Voorts heeft het College bij de bepaling van de aanwezige aflossingscapaciteit terecht geen acht geslagen op schulden die zijn gemaakt op een moment dat appellant rekening had kunnen houden met de aflossingsverplichting wegens ten onrechte genoten bijstand. Met betrekking tot de door appellant naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden, wat daar ook van zij, overweegt de Raad dat deze geen aanknopingspunten bieden voor het oordeel dat het College daarin aanleiding had behoren te zien om de aflossingscapaciteit op een lager bedrag dan € 162,28 vast te stellen. De Raad merkt tot slot nog op dat niet langer wordt betwist dat het College bij de vaststelling van de aflossingscapaciteit terecht de voorlopige teruggaaf over 2005 van de Belastingdienst heeft betrokken.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten als voorzitter en J.N.A. Bootsma en L.H. Waller als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S. van Ommen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2007.

(get.) Th.C. van Sloten.

(get.) S. van Ommen.