Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BB0279

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-07-2007
Datum publicatie
24-07-2007
Zaaknummer
05-4347 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verlaging WAO-dagloon. Ingangsdatum. Gerechtvaardigd vertrouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/4347 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 13 juni 2005, 04/2047 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 13 juli 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2007. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. L. Smid.

II. OVERWEGINGEN

Het inleidende beroep is gericht tegen het besluit van 24 november 2004. Bij dat besluit is gehandhaafd het besluit van 14 september 2004 tot verlaging naar € 93,67 met ingang van

1 september 2004 van het dagloon waarnaar de aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is berekend. Het per 1 januari 1996 door een onjuiste conversie van het invaliditeitspensioen te hoog vastgestelde WAO-dagloon is hiermee gecorrigeerd.

De rechtbank heeft zich, kort gezegd, kunnen verenigen met de herziening van het dagloon, maar overwogen dat het door het Uwv gevoerde beleid een verlaging per eerdere datum dan 1 november 2004 niet toestaat. De rechtbank heeft daarom het beroep (naar de Raad verstaat) gegrond verklaard, de ingangsdatum van de dagloonverlaging vastgesteld op 1 november 2004 met vernietiging van het bestreden besluit in zoverre en haar uitspraak voor dat vernietigde deel van het bestreden besluit in de plaats gesteld. Het Uwv is opgedragen om aan appellant het door hem gestorte griffierecht te vergoeden en er zijn geen termen aanwezig geacht voor een proceskostenveroordeling.

De Raad overweegt het volgende.

Nu het Uwv geen hoger beroep heeft ingesteld tegen de aangevallen uitspraak, staat tussen partijen rechtens vast dat de verlaging van het WAO-dagloon van appellant niet eerder dan per 1 november 2004 kan worden geëffectueerd.

De Raad stelt vast dat het hoger beroep zich uitsluitend richt tegen de beslissing van de rechtbank om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het dagloon per 1 november 2004 te verlagen. De juistheid van de berekening van het dagloon is door appellant nimmer bestreden. In hoger beroep heeft hij zich enkel beroepen op de zich als gedingstuk B23 in het dossier bevindende, ongedateerde brief van het Uwv, waarin is te kennen gegeven, zakelijk, dat het bruto bedrag van de WAO-uitkering geen wijziging ondergaat als gevolg van de samenvoeging van de systemen van USZO en Cadans per 1 oktober 2004. Deze beroepsgrond strekt er blijkbaar toe dat appellant hieraan het gerechtvaardigde vertrouwen heeft mogen ontlenen dat het Uwv ook op en na 1 november 2004 de betaling van zijn WAO-uitkering naar het (onjuiste) maximumdagloon zou voortzetten.

Deze beroepsgrond slaagt reeds daarom niet, nu de betreffende brief ziet op ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering per 1 oktober 2004, terwijl het besluit van

14 september 2004 ertoe strekt het WAO-dagloon per eerdere datum te verlagen.

De aangevallen uitspraak dient dan ook, voor zover aangevochten, te worden bevestigd.

De Raad is niet gebleken dat in hoger beroep voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn gemaakt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en R.C. Stam en

J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van O.C. Boute als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2007.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) O.C. Boute.