Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA9692

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-07-2007
Datum publicatie
18-07-2007
Zaaknummer
05-4578 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering met terugwerkende kracht vanwege hogere inkomsten uit arbeid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/4578 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 mei 2005, 04/2035 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 13 juli 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2007. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. R.A. Sowka.

II. OVERWEGINGEN

Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een uitgebreide weergave van de feiten en omstandigheden die in dit geding van belang zijn, volstaat de Raad met het volgende.

Bij besluit van 16 mei 2003 heeft het Uwv de mate van appellantes arbeidsongeschiktheid met terugwerkende kracht, namelijk met ingang van 1 januari 2001, herzien van een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55% naar een mate van 35-45%.

Bij besluit van 30 maart 2004 (bestreden besluit) is het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft hiertoe overwogen dat appellante het Uwv niet onverwijld en uit eigen beweging in kennis heeft gesteld van de wijzigingen in haar inkomsten, dat niet is gebleken dat het Uwv al eerder op de hoogte was van de salariswijzigingen, dat appellante de op haar rustende mededelingsverplichting heeft geschonden en dat het Uwv derhalve appellantes WAO-uitkering met terugwerkende kracht moest herzien. Verder heeft de rechtbank - subsidiair - overwogen dat het appellante gelet op de hoogte van haar salaris in 2001 in elk geval redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat aan haar ten onrechte of tot een te hoog bedrag WAO-uitkering werd verstrekt, zodat ook in dat geval herziening met terugwerkende kracht aan de orde is.

Ten slotte heeft de rechtbank geoordeeld dat van schending van het vertrouwensbeginsel geen sprake is en dat het lange stilzitten van het Uwv na ontvangst van de salaris-specificaties over het jaar 2001 alvorens tot een definitieve herziening van de uitkering over te gaan zeker geen schoonheidsprijs verdient, maar dat die omstandigheid op zichzelf niet kan worden aangemerkt als een dringende reden als bedoeld in artikel 36a, tweede lid, van de WAO.

In hoger beroep heeft appellante geen andere relevante grieven naar voren gebracht die niet ook al bij de rechtbank zijn aangevoerd. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank op goede gronden overwogen dat die grieven niet slagen. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank en onderschrijft deze volledig.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en R.C. Stam en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van O.C. Boute als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2007.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) O.C. Boute.