Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA9577

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-07-2007
Datum publicatie
16-07-2007
Zaaknummer
04-5739 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

04/5739 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage van 6 september 2004, kenmerk 03/1956 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 13 juli 2007

I. PROCESVERLOOP

Mr. O. Labordus, destijds werkzaam bij LAR Rechtsbijstand, heeft namens appellante hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2007. Appellante en haar gemachtigde zijn zoals schriftelijk aangekondigd – niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door C. van Nood.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 5 november 2002 heeft het Uwv aan appellante met ingang van

3 oktober 2001 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

Bij besluit van 1 april 2003 heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 5 november 2002 ongegrond verklaard.

Hangende het tegen het besluit van 1 april 2003 ingestelde beroep heeft het Uwv een nader besluit genomen, gedateerd 3 juli 2003, waarbij aan appellante alsnog een uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%, is toegekend met ingang van 3 oktober 2001.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 3 juli 2003 (hierna: het bestreden besluit) gerichte beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat zij geen aanleiding ziet om de door haar als deskundige geraadpleegde psychiater E.F. van Ittersum getrokken conclusie dat appellante in staat is de geduide functies gedurende 30 uur per week te verrichten, niet te volgen.

Appellante betwist in hoger beroep de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit. Zij acht zich niet in staat om 30 uur per week te werken. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft zij een schrijven van Stichting Centrum '45 van 24 mei 2005, met behandelplan, ingezonden, waaruit blijkt dat zij bij die instelling op

24 mei 2005 is begonnen met een dagbehandeling op dinsdag en donderdag.

Het Uwv heeft een commentaar van de bezwaarverzekeringsarts S.M. Lustenhouwer ingezonden, waarin deze erop wijst dat aan de in 2005 gestarte dagbehandeling geen conclusies met betrekking tot de datum in geding, 3 oktober 2001, kunnen worden verbonden.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit en de passendheid in medisch opzicht van de aan dat besluit ten grondslag gelegde uit het CBBS geselecteerde functies. De door appellante ingebrachte medische informatie bevat geen aanknopingspunten om de door de rechtbank geraadpleegde deskundige niet te volgen, noch om de door de verzekeringsarts vastgestelde en door de bezwaarverzekeringsarts geaccordeerde belastbaarheid voor onjuist te houden.

Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

CVG