Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA9213

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-07-2007
Datum publicatie
11-07-2007
Zaaknummer
05-2271 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schadevergoeding. (Wettelijke rente). Proceskostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/2271 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:75a en 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 7 maart 2005, 03/819 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 10 juli 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft J.R. Beukema, werkzaam bij Juricon adviesgroep b.v. te Assen, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 29 maart 2007 heeft J.R. Beukema namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft de Raad bij schrijven van 2 april 2007 meegedeeld accoord te gaan met vergoeding van de namens appellante opgesomde kosten.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat middels de nieuwe beslissing op bezwaar van 28 maart 2007 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.

Nu het Uwv niet heeft betwist dat aldus aan appellante is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op

€ 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

Voorts overweegt de Raad het Uwv overeenkomstig het verzoek van appellante ook te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante verschuldigde wettelijke rente over de na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van

1 november 1995, gepubliceerd in JB 1995,314.

Met betrekking tot de vordering van € 1375,- inzake de kosten van de door drs. W.D. v.d. Zwaag en J.U.R. Niewold uitgebrachte expertises is de Raad van oordeel dat, nu het Uwv bij schrijven van 2 april 2007 te kennen heeft gegeven accoord te gaan met de vergoeding van de namens appellante opgesomde kosten en deze vordering de Raad niet onjuist voorkomt, deze vordering voor toewijzing in aanmerking komt.

Ten slotte merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot het Uwv kan wenden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2341,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas . De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. Tersteeg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2007.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) C. Tersteeg.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

MK