Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA9120

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-06-2007
Datum publicatie
10-07-2007
Zaaknummer
04-6522 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hersteldverklaring in het kader van de Ziektewet kan niet in stand blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/6522 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 20 oktober 2004, 04/812 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 29 juni 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.J. van Weersch, werkzaam bij de Stichting Rechtsbijstand te Roermond, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 30 maart 2007 heeft het Uwv een besluit van gelijke datum ingezonden.

Bij brief van 18 april 2007 is van de zijde van appellant hierop gereageerd.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv van 11 mei 2004, genomen ter uitvoering van de Ziektewet, ongegrond verklaard.

Appellant is tegen die uitspraak in hoger beroep gekomen.

Bij besluit van 30 maart 2007 heeft het Uwv aangegeven haar standpunt zoals neergelegd in het besluit van 11 mei 2004 niet langer te handhaven en nu van mening te zijn dat appellant op 19 december 2003 geen duurzaam benutbare mogelijkheden voor het verrichten van arbeid had. Dit heeft tot gevolg dat de hersteldverklaring in het kader van de Ziektewet per die datum niet in stand kan blijven. Tevens heeft het Uwv aan appellant de proceskosten in bezwaar vergoed.

Bij schrijven van 18 april 2007 is van de zijde van appellant aangegeven dat met deze nieuwe beslissing volledig tegemoetgekomen wordt aan de bezwaren van appellant.

Namens appellant is de Raad verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de kosten die appellant in eerste aanleg en in hoger beroep heeft moeten maken.

Het is de Raad niet gebleken van bezwaren van het Uwv tegen dit verzoek.

De proceskosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant begroot op een bedrag van € 966,- te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het betaalde griffierecht van € 139,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2007.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) T.R.H. van Roekel.