Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA8152

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-06-2007
Datum publicatie
27-06-2007
Zaaknummer
06-5947 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard op de overweging dat het bericht geen wijziging brengt in de rentedragende lening en in zoverre niet is gericht op rechtsgevolg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5947 WSF

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 8 september 2006, 06/77 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)

Datum uitspraak: 15 juni 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2007. Appellante is verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. drs. K. Meijer.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 4 december 2004 (Bericht Studiefinanciering 2003, nr. 2) heeft de IB-Groep appellante medegedeeld dat zij een bedrag groot € 2.337,96 te veel aan toelage heeft ontvangen, dit bedrag een kortlopende schuld is geworden en het saldo van de schulden per 4 december 2004 € 4.945,88 bedraagt.

De IB-Groep heeft het door appellante tegen dit besluit ingediende bezwaar bij besluit van 23 februari 2005 ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellante geen rechtsmiddelen aangewend, zodat dit besluit in rechte is komen vast te staan.

Bij besluit van 5 februari 2005 heeft de IB-Groep de kortlopende schuld omgezet in een rentedragende lening.

Tegen dit besluit heeft appellante geen bezwaar gemaakt, zodat ook dit besluit in rechte is komen vast te staan.

Bij “Bericht Terugbetalen 2005” van 6 oktober 2005 is appellante een overzicht verstrekt van haar schuld en is het over deze schuld verschuldigde rentepercentage aan appellante medegedeeld.

Het tegen dit bericht ingediende bezwaar is door de IB-Groep bij besluit van 2 december 2005 niet-ontvankelijk verklaard. De IB-Groep heeft dit besluit doen steunen op de overweging dat het bericht geen wijziging brengt in de rentedragende lening en in zoverre niet is gericht op rechtsgevolg, zodat geen sprake is van een besluit waartegen een bezwaarschrift kan worden ingediend.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 2 december 2005 door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de IB-Groep zich terecht op het standpunt gesteld dat het “Bericht Terugbetalen 2005” niet is gericht op enig rechtsgevolg en appellante niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar.

In hoger beroep heeft appellante naar voren gebracht dat zij het niet eens is met de hoogte van de door de IB-Groep vastgestelde schuld. Zij heeft aangevoerd dat de schuld is ontstaan als gevolg van een fout van de IB-Groep.

Het hoger beroep van appellante treft geen doel.

Het “Bericht Terugbetalen 2005” brengt voor wat betreft de omvang van de schuld geen wijzigingen met zich mee. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het bericht geen op rechtsgevolg gericht besluit behelst en dat tegen dit bericht niet de mogelijkheid van bezwaar op grond van de Algemene wet bestuursrecht open staat.

De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit van 2 december 2005 tot niet-ontvankelijkverklaring van het door appellante tegen het “Bericht Terugbetalen 2005” ingediende bezwaar dan ook terecht ongegrond verklaard.

Hetgeen appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht omtrent de hoogte van de schuld kan aan het vorenstaande niet afdoen. Het standpunt van appellante gaat eraan voorbij dat de hoogte van de schuld niet voortvloeit uit het “Bericht Terugbetalen 2005”, maar uit het eerdere besluit tot vaststelling van die schuld, waarin appellante heeft berust.

De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.C.T.M. Sonderegger.