Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA8069

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-06-2007
Datum publicatie
26-06-2007
Zaaknummer
05-2199 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking beroep door bestuursorgaan. Proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/2199 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 25 maart 2005, 04/1055 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 20 juni 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. L.A. Drenth, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij faxbericht van 5 februari 2007 heeft mr. L.A. Drenth namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft bericht zich niet te zullen verzetten tegen een veroordeling in de proceskosten voor zover deze zal worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat de gemachtigde van appellante het hoger beroep heeft ingetrokken aangezien het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van

2 februari 2007 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.

Nu het Uwv volledig aan appellante is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 966,-.

Namens appellante is tevens verzocht de kosten van de medisch adviseur M. Blom voor vergoeding in aanmerking te brengen.

De Raad is van oordeel dat, gelet op het bepaalde in artikel 1, onder b van het Bpb, deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, onderdeel IV, van het Besluit tarieven in strafzaken, naar welk besluit het Bpb verwijst, worden de kosten van deskundigen vergoed tot een bedrag van € 81,23 per uur. Nu de betrokken medisch adviseur Blom blijkens de namens appellante overgelegde declaraties in totaal 4 uur en 50 minuten heeft besteed, begroot de Raad de kosten van die deskundige op € 392,61.

Voorts komen de in hoger beroep gevorderde kosten voor het verstrekken van inlichtingen door Revalidatiecentrum de Hoogstraat ad € 83,60 voor vergoeding in aanmerking.

Voorts merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellant zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot het Uwv dient te wenden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1442,21, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2007.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.