Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA7831

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-06-2007
Datum publicatie
26-06-2007
Zaaknummer
06/5058 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5058 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 4 juli 2006, 04/2154 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna Uwv).

Datum uitspraak: 20 juni 2007

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 23 januari 2007 heeft de Raad het namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen voornoemde uitspraak heeft J.S.A. Cornelis, wonende te Castricum, namens appellante verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2007. Appellante is verschenen bij haar gemachtigde

J.S.A. Cornelis. Het Uwv heeft zich - met voorafgaand bericht - niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 23 januari 2007 berust hierop, dat het beroepschrift niet binnen de daartoe in de uitspraak van de rechtbank gestelde termijn is ingediend.

In het verzetschrift en ter zitting heeft de gemachtigde van appellante aangevoerd dat een uitspraak op basis van een poststempel wel erg simpel is en dat hij van mening is het beroepschrift tijdig ter post te hebben bezorgd.

De Raad is van oordeel dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht is geschied. In hetgeen door de gemachtigde van appellante is aangevoerd, is naar het oordeel van de Raad geen grond gelegen voor het oordeel dat haar ter zake van het verzuim redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. De Raad overweegt daartoe dat appellante door te wachten met het instellen van het hoger beroep tot het einde van de beroepstermijn en door het beroepschrift niet aangetekend te verzenden, een risico heeft genomen dat voor haar rekening dient te blijven.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Verrips als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2007.

(get.) M.C. Bruning.

(get.) J. Verrips.