Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA7751

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-06-2007
Datum publicatie
21-06-2007
Zaaknummer
06-5035 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Bij nader besluit toekenning volledige uitkering. Geen procesbelang meer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5035 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 20 juli 2006, 05/2514 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 19 juni 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B. Leenders, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Na verkregen toestemming van partijen heeft de Raad met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald, dat een nadere zitting achterwege blijft, en heeft hij het onderzoek gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 28 februari 2005 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (hierna: WAO) met ingang van 29 april 2005 ingetrokken op de grond dat appellant met ingang van die datum voor minder dan 15% arbeidsongeschikt is.

Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 7 september 2005, hierna: het bestreden besluit, heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Nadat namens appellant hoger beroep was ingesteld heeft het Uwv bij schrijven van 26 januari 2007 aan de Raad meegedeeld een nieuwe beslissing op bezwaar, eveneens gedateerd 26 januari 2007, te hebben afgegeven waarin wordt vermeld dat de uitkering met ingang van 29 april 2005 onveranderd gebaseerd blijft op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% in de zin van de WAO.

Namens appellant heeft mr. Leenders de Raad bericht dat er wordt ingestemd met de inhoud van het schrijven van

26 januari 2007 van het Uwv en aan de Raad verzocht vonnis te wijzen.

De Raad stelt vast dat tussen partijen geen geschil meer bestaat over de kwestie die appellant in hoger beroep aan de Raad ter beoordeling heeft voorgelegd.

Dit betekent dat appellant geen procesbelang meer heeft bij een beslissing van de Raad op het hoger beroep.

Dit brengt de Raad tot de conclusie dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De Raad dient vervolgens antwoord te geven op de vraag of er aanleiding bestaat de door appellant gevorderde kosten te vergoeden met toepassing van artikel 8:75 van de Awb.

Wat betreft het verzoek om het Uwv te veroordelen in de kosten gemaakt in verband met de behandeling van het bezwaar en beroep overweegt de Raad als volgt.

De Raad overweegt dat niet gebleken is dat appellant in bezwaar en beroep kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

De Raad acht wel termen aanwezig om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep, welke kosten met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand.

De overige door appellant op het formulier proceskosten vermelde kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van € 322,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 142,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor . De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. Tersteeg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2007.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) C. Tersteeg.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.