Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA7737

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-05-2007
Datum publicatie
21-06-2007
Zaaknummer
05/7056 AKW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering kinderbijslag omdat betrokkene niet voor de AKW verzekerd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/7056 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2005, 04/3960 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 31 mei 2007.

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2007. Appellant is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

Appellant woont in Marokko en ontvangt aldaar een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Vanaf 1 januari 2000 is appellant vrijwillig verzekerd krachtens de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW). Op 8 april 2004 heeft appellant aan de Svb verzocht kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) aan hem toe te kennen ten behoeve van zijn kind Jouairiya, geboren op 31 maart 2004.

Bij beslissing op bezwaar van 22 juli 2004 (hierna: het bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 28 mei 2004 gehandhaafd, waarbij is geweigerd vanaf het tweede kwartaal van 2004 kinderbijslag aan appellant toe te kennen voor Jouairiya. Daarbij is overwogen dat appellant niet als verzekerd ingevolge de AKW kan worden beschouwd, nu hij geen ingezetene van Nederland is, geen werkzaamheden hier te lande verricht terzake waarvan hij aan de loonbelasting is onderworpen en ook niet één van de bepalingen van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volks-verzekeringen 1999, van 24 december 1998, Stb. 746 (hierna: KB 746) op hem van toepassing zijn.

Appellant heeft in beroep en in hoger beroep aangevoerd dat hij wel recht heeft op kinderbijslag voor zijn kind, omdat hij een WAO-uitkering ontvangt van ten minste 35% van het minimumloon en hij vanaf 2000 vrijwillig verzekerd is ingevolge de AOW, ANW en AKW.

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat appellant vanaf zijn vertrek uit Nederland niet verzekerd is op grond van artikel 6 van de AKW, nu hij geen ingezetene is en ook niet terzake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Met betrekking tot de vraag of appellant op grond van artikel 26 van KB 746 verzekerd was krachtens de AKW heeft de rechtbank overwogen dat dit artikel met ingang van 1 januari 2000 is vervallen. Daarbij heeft de rechtbank erop gewezen dat sindsdien in artikel 27 van KB 746 is bepaald dat ten aanzien van personen die tot aan 1 januari 2000 verzekerd waren ingevolge de volksverzekeringen op grond van artikel 26 en die uitsluitend door het vervallen van dat artikel geen recht meer hebben op kinderbijslag krachtens de AKW, artikel 26 voor wat betreft de toepassing van de AKW vanaf die dag van kracht blijft, zij het zolang het jongste kind voor wie de verzekerde vóór die dag recht had op kinderbijslag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. De rechtbank heeft vastgesteld dat appellant op grond van deze bepaling niet verzekerd is gebleven voor de AKW vanaf 1 januari 2000, nu zijn kind eerst in 2004 is geboren. Ten slotte heeft de rechtbank vastgesteld dat appellant vanaf 1 januari 2000 weliswaar vrijwillig verzekerd is gebleven ingevolge de AOW en de ANW, maar dat een vrijwillige verzekering krachtens de AKW niet mogelijk is. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de Svb terecht heeft geweigerd kinderbijslag aan appellant toe te kennen.

De Raad kan zich geheel verenigen met dit oordeel van de rechtbank. Hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.F. van Moorst als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2007.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) M.F. van Moorst.