Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA7514

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-06-2007
Datum publicatie
20-06-2007
Zaaknummer
05-4842 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schatting WAO. Geschiktheid voorgehouden functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/4842 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 juli 2005, 04/579 (de aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 15 juni 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.A. Severijn, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad op 4 mei 2007. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door

mr. Severijn. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 16 januari 2004 in zoverre daarbij is gehandhaafd het besluit tot verlaging per 5 november 2003 van de eerder aan appellant toegekende uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45%. Hieraan ligt ten grondslag dat appellant weliswaar door ziekte of gebrek beperkingen ondervindt tot het verrichten van zijn werk als touringcarchauffeur, maar hierdoor niet was verhinderd tot het verrichten van gangbare arbeid, zodat een loonverlies resteert van ongeveer 41,5%.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen er van in stand gelaten. Het hoger beroep richt zich uitsluitend tegen de toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

In de aangevallen uitspraak is overwogen dat de rechtbank geen aanleiding ziet tot twijfel aan de juistheid van het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende medisch oordeel. Verder is de rechtbank van oordeel dat hangende het beroep door het Uwv voldoende is toegelicht dat de belasting in de resterende aan appellant als geschikt voorgehouden functies zijn belastbaarheid niet te boven gaat. De rechtbank is daarbij het advies van de door haar geraadpleegde revalidatiearts

prof. dr. H.J. Stam gevolgd.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat berust. Anders dan appellant ziet de Raad in de ter beschikking staande medische gegevens geen aanknopingspunt om af te wijken van het, ook na commentaar van appellant gemotiveerd gehandhaafde, oordeel van de door de rechtbank geraadpleegde deskundige dat appellant in staat is tot het verrichten van arbeid in een werkweek van 40 uur. In hoger beroep zijn door appellant geen nadere geneeskundige gegevens overgelegd.

De rechtbank heeft naar het oordeel van de Raad terecht artikel 8:72, derde lid, van de Awb toegepast nu het door haar geconstateerde motiveringsgebrek in de loop van het beroep is hersteld en de uitkomst van het bestreden besluit door haar juist is bevonden. De arbeidskundige rapportage van 3 mei 2004 maakt voldoende inzichtelijk dat de belasting in de als geschikt gehandhaafde functies de belastbaarheid van appellant niet overtreft. Anders dan appellant blijkbaar veronderstelt, is voor het verkrijgen van die inzichtelijkheid niet steeds overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts vereist. Of dergelijk overleg is vereist, is afhankelijk van de concrete omstandigheden. In dit geval bestond daarvoor geen aanleiding.

De aangevallen uitspraak komt, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2007.

(get.) R.C. Stam.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.