Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA7441

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-06-2007
Datum publicatie
19-06-2007
Zaaknummer
05-1795 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schatting WAO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/1795 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 22 februari 2005, 04/437 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 15 juni 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.W. Brouwer, advocaat te Assen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend, een vraag van de Raad beantwoord en een nadere arbeidsdeskundig rapport ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2007, waar appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Brouwer, voornoemd. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. T.M. Snippe.

II. OVERWEGINGEN

Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 4 mei 2004 (het bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 4 augustus 2003 strekkende tot de verlaging per 5 oktober 2003 van de aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidverzekering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

In hoger beroep zijn de eerder naar voren gebrachte grieven herhaald. Appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat hij door zijn rugklachten niet in staat is om de aan hem geduide functies te verrichten en dan met name de functies waarin onvoldoende vertredingsmogelijkheden aanwezig zijn. Ter ondersteuning is verwezen naar de in bezwaar overgelegde rapportage van medisch adviseur D.J. Schakel d.d. 16 januari 2004.

De Raad overweegt als volgt.

Evenals de rechtbank heeft de Raad in de in dit geding beschikbare medische en andere gegevens geen aanknopingspunten gevonden te twijfelen aan de juistheid van het aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde medische oordeel. De Raad stelt in dit kader vast dat de medisch adviseur Schakel in zijn rapportage heeft aangegeven geen commentaar te hebben op de medische en arbeidskundige rapportages, alsmede de opgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Op grond van het bovenstaande moet worden vastgesteld dat appellants medische beperkingen niet zijn onderschat.

Wat betreft de arbeidskundige aspecten zijn in de aangevallen uitspraak de beroepsgronden, waarbij appellant eiser, en het Uwv verweerder is genoemd, als volgt verworpen:

“Eiser heeft zich ook in beroep beroepen op het rapport van zijn medisch adviseur d.d. 16 januari 2004. Zoals weergegeven onder het kopje “feiten en omstandigheden” zet de adviseur vraagtekens bij de passendheid van de functies van machinaal metaalbewerker (sbc-code 264122) en de drie reservefuncties, te weten samensteller metaalwaren (sbc-code 264140), productiemedewerker industrie (sbc-code 111180) en machinebediende kunststofverwerkende industrie (sbc-code 271092).

De bezwaararbeidsdeskundige heeft hierin aanleiding gezien de functiebelastingen van de geduide functies ten aanzien van de aspecten zitten, staan en lopen tijdens het werk te vergelijken met eisers belastbaarheid conform de opgestelde FML. Op basis van dit onderzoek heeft hij geconcludeerd dat de functie van machinaal metaalbewerker voldoende gelegenheid geeft tot vertreden.

De rechtbank is van oordeel dat door de arbeidsdeskundige hiermee inzichtelijk is gemaakt dat er voor eiser in de functie van machinaal metaalbewerker voldoende mogelijkheden bestaan om te vertreden. Met dit onderzoek heeft verweerder de kritiekpunten van de medisch adviseur naar het oordeel van de rechtbank dan ook weerlegd.

Het door de gemachtigde van eiser gestelde ter zitting dat het hier een functie aan een zogenoemde lopende band zou betreffen, zodat vertreden niet tot de mogelijkheden behoort omdat dit het productieproces zou verstoren, treft geen doel. De beide beschrijvingen van de functiebelasting van machinaal metaalbewerker bieden voor deze stelling geen aanknopingspunten.

Met de door verweerder geduide functies wordt voldaan aan de eisen zoals omschreven in de toepasselijke regelgeving nu er sprake is van minimaal drie functies die tezamen tenminste dertig arbeidsplaatsen vertegenwoordigen.”

De Raad onderschrijft eveneens deze overwegingen. Ook in hoger beroep heeft appellant geen argumenten naar voren gebracht die de Raad doen twijfelen aan de juistheid van het aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde medische en arbeidskundige oordeel. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2007.

(get.) R.C. Stam.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.