Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA7324

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-05-2007
Datum publicatie
15-06-2007
Zaaknummer
06/157 AOW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Brief van betrokkene is ten onrechte aan de Raad doorgezonden ter behandeling als hoger-beroepschrift. Brief ter behandeling als beroepschrift wordt doorgezonden aan de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/157 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2005, 04/2400,

in het geding tussen:

betrokkene

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: Svb)

I. PROCESVERLOOP

Bij brief van 6 januari 2005 heeft de griffier van de rechtbak Amsterdam ter behandeling als hoger-beroepschrift aan de Raad doorgezonden een door betrokkene aan de rechtbank gezonden brief van 16 november 2005.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend, waarop betrokkene schriftelijk heeft gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 november 2006. Betrokkene is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. A. Slovacek, werkzaam bij de Svb.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst teneinde de Svb in de gelegenheid te stellen een schikkingsvoorstel te doen. Bij brief van 22 december 2006 heeft de Svb een dergelijk voorstel gedaan. Betrokkene heeft het voorstel bij brief van 30 januari 2007 verworpen. De Svb heeft bij brief van 21 februari 2007 een nadere reactie ingezonden.

Met toestemming van partijen heeft de Raad vervolgens bepaald dat de nadere zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Bij uitspraak van 21 oktober 2005, 04/2400, heeft de rechtbank Amsterdam het beroep van betrokkene tegen het niet tijdig nemen van een besluit op diens bezwaar van

10 maart 2004 tegen een besluit van de Svb van 16 februari 2004 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het bezwaarschrift is ingediend vóór het verstrijken van de beslistermijn (op 7 juni 2004). De slotoverweging van de rechtbank luidt:

“De rechtbank is er zich van bewust dat de uitkomst van deze procedure voor eiser (betrokkene) onbevredigend is temeer daar de rechtbank pas na meer dan 15 maanden na indiening van zijn beroepschrift vaststelt dat dit beroepschrift prematuur is ingediend. Deze omstandigheid kan echter niet leiden tot gegrondverklaring van het beroep. Eiser heeft de mogelijkheid alsnog beroep in te stellen tegen het niet tijdig beslissen door verweerder (de Svb).”.

Bij besluit van 25 oktober 2005 heeft de Svb het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 16 februari 2004 gegrond verklaard, bepaald dat betrokkene met ingang van oktober 2003 recht heeft op een ouderdomspensioen naar de norm voor een alleenstaande en aan betrokkene de wettelijke rente vergoed.

Bij de brief aan de rechtbank van 16 november 2005 heeft betrokkene, met verwijzing naar de uitspraak van 21 oktober 2005 en met vermelding van “Onderwerp: Beroep conform voornoemde uitspraak”, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 10 maart 2004 en de rechtbank verzocht “een passende vergoeding of smartengeld” toe te kennen.

De Raad kan niet ander dan vaststellen dat (de griffier van) de rechtbank de brief van betrokkene van 16 november 2005 ten onrechte aan de Raad heeft doorgezonden ter behandeling als hoger-beroepschrift. Deze brief houdt immers onmiskenbaar geen hoger beroep tegen de uitspraak van 21 oktober 2005 in.

Dit betekent dat de Raad zich onbevoegd dient te verklaren en dat de brief van

16 november 2005 ter behandeling als beroepschrift dient te worden doorgezonden aan de rechtbank.

Van proceskosten van betrokkene voor deze procedure bij de Raad is niet gebleken. De door betrokkene opgevoerde kosten hebben betrekking op andere procedures.

Gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval zal de Raad het daarheen leiden dat het door betrokkene in hoger beroep betaalde griffierecht door de griffier van de Raad aan hem wordt terugbetaald.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2007.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R.L. Rijnen.

PR/140507