Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA7173

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-03-2007
Datum publicatie
14-06-2007
Zaaknummer
04/2352 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schikking. Hoger beroep wordt wegens het vervallen van procesbelang niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/2352 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle 17 maart 2004, 03/1483 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellant

en

Centrum Indicatiestelling Zorg te Driebergen-Rijsenburg (hierna: CIZ),

Datum uitspraak: 21 maart 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

CIZ heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 november 2006. Appellant is

verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. W.J.M. Peters, juridisch adviseur bij CIZ.

II. OVERWEGINGEN

Mede naar aanleiding van het verhandelde ter zitting heeft de Raad het onderzoek ter

zitting geschorst teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich te beraden over een

door de Raad gedaan schikkingsvoorstel.

Vervolgens heeft elk der partijen, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting. De Raad heeft daarna het onderzoek gesloten.

De Raad overweegt het volgende.

Gelet op het verhandelde ter zitting en de daarna gevoerde correspondentie zijn partijen ter beëindiging van onderhavig geding (en de hierna onder 4 genoemde gedingen) tot de

navolgende schikking gekomen:

1. Voor de periode tussen het stopzetten van de door de werkgever van appellant

ingezette hulp bij het huishouden tot de datum van opname van de vader van

appellant in maart 2006 in een intramurale AWBZ-instelling wordt een indicatie

afgegeven met een omvang van HV klasse 3 (dat is 4 tot 6,9 uur per week).

CIZ staat ervoor in dat het Zorgkantoor binnen een maand na dagtekening

van deze uitspraak het bij deze indicatie behorende netto bedrag van € 4.866,--

aan appellant vergoedt zonder dat een eigen bijdrage wordt geheven.

2. CIZ betaalt binnen een maand na dagtekening van deze uitspraak een bedrag van

€ 134,-- als vergoeding voor griffierecht.

3. De door appellant bedoelde door Icare verstrekte informatie wordt uit de dossiers van CIZ (ongeacht de vorm van opslag) in het onderhavige geding 04/2352 en de onder 4 genoemde gedingen verwijderd. Daarna zal appellant ter beoordeling de overige informatie ter inzage worden gegeven teneinde te bekijken welke informatie overblijft en dan nog aanpassing behoeft. In onderling overleg zullen partijen hieraan uitvoering geven.

4. Appellant trekt de beroepen bij de rechtbank Zwolle, bekend onder de nummers 05/1300 AWBZ, 05/1866 AWBZ en 05/1908 AWBZ in.

5. Partijen verlenen elkaar over en weer finale kwijting met betrekking tot de geschillen in de onder 3 genoemde gedingen. Dit houdt in dat, onverminderd het bepaalde onder 2, wordt afgezien van vergoeding van griffierecht, van proceskosten en schadevergoeding.

Gelet op het vorenstaande stelt de Raad vast dat thans geen belang meer bestaat bij een beoordeling van het namens appellant ingestelde hoger beroep, reden waarom dit wegens het vervallen zijn van procesbelang niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door M.I. ’t Hooft als voorzitter en R.M. van Male en

G.M.T. Berkel-Kikkert als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.R. Bagga als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2007.

(get.) M.I. ’t Hooft.

(get.) S.R. Bagga.

PR/140307