Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA6634

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-05-2007
Datum publicatie
07-06-2007
Zaaknummer
06-4479 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Korting op WW-uitkering. In onvoldoende mate getracht passende arbeid te verkrijgen. Beleid mbt sollicitatieplicht. Verwijtbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4479 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 20 juni 2006, 05/744 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 30 mei 2007.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 april 2007. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. P.L. Wilke, werkzaam bij de Hout- en Bouwbond CNV. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.G.G. Schoonderbeek, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

2. Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2.1. Aan appellant, die als timmerman in de bouw werkzaam was, is bij besluit van

25 augustus 2004 een WW-uitkering toegekend.

2.2. Bij besluit van 31 januari 2005 is die uitkering met ingang van 31 januari 2005 gedurende zestien weken met 20% gekort, omdat appellant in onvoldoende mate heeft getracht passende arbeid te verkrijgen. Het hiertegen door appellant ingediende bezwaar is bij het bestreden besluit van 24 mei 2005 ongegrond verklaard. Het Uwv heeft daarbij overwogen dat appellant had moeten ingaan op de uitnodiging van uitzendbureau Attract om in overleg te treden over de daar aanwezige vacature van werkplaatstimmerman. Volgens het Uwv betekent de in het beleid neergelegde eis van tenminste vier concrete sollicitatieactiviteiten per vier weken niet dat een uitkeringsgerechtigde zich daartoe kan beperken indien zich meer mogelijkheden voordoen om te solliciteren.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft het Uwv op goede gronden geoordeeld dat appellant te kort geschoten is in zijn sollicitatieplicht. De rechtbank heeft daarbij onder meer overwogen dat onvoldoende is komen vast te staan dat de functie van werkplaatstimmerman voor appellant niet passend was.

4. In hoger beroep stelt appellant dat de functie van werkplaatstimmerman vanwege zijn gezondheidstoestand voor hem niet passend was.

5. De Raad, oordelend over de aangevallen uitspraak, overweegt het volgende.

5.1. De Raad stelt voorop dat tussen partijen niet meer in geschil is dat appellant in onvoldoende mate heeft getracht passende arbeid te verkrijgen als bedoeld in artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, ten eerste, van de WW indien moet worden geoordeeld dat de functie van werkplaatstimmerman voor hem passend was.

5.2. De Raad is van oordeel dat de functie van werkplaatstimmerman zodanig aansluit bij appellants opleiding en werkervaring dat hij deze arbeid met zijn krachten en bekwaamheden kon verrichten. Uit de door appellant overgelegde - zeer globale - verklaringen van zijn huisarts van 1 maart en 2 juni 2005 en uit de verklaring van maatschappelijk werker H.J. Jansen van 22 december 2006 blijkt dat appellant stressgerelateerde klachten had, maar hieruit kan naar het oordeel van de Raad niet de conclusie worden getrokken dat de functie van werkplaatstimmerman via uitzendbureau Attract om redenen van lichamelijke of geestelijke aard niet van hem kon worden gevergd. Ook de overige gegevens bieden voor die conclusie onvoldoende steun, waarbij de Raad nog opmerkt dat het Centrum voor Werk en Inkomen in het re-integratieadvies van 13 januari 2005 geen eigen (medisch) oordeel geeft, maar slechts appellants visie over zijn arbeidsmogelijkheden weergeeft.

5.3. De Raad is dan ook van oordeel dat de functie van werkplaatstimmerman via uitzendbureau Attract voor appellant passend was als bedoeld in artikel 24, vierde lid, van de WW.

5.4. In de feiten en omstandigheden van het geval ziet de Raad onvoldoende grond voor het oordeel dat appellant het niet nakomen van de in artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, ten eerste, van de WW opgenomen verplichting niet in overwegende mate kan worden verweten.

6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt.

7. Nu het hoger beroep niet slaagt is er voor een veroordeling tot schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen plaats.

8. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en C.P.J. Goorden en J.F. Bandringa als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J. Rentmeester als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2007.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) A.J. Rentmeester.