Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA6601

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-05-2007
Datum publicatie
07-06-2007
Zaaknummer
06-3038 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk. Niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/3038 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 april 2006, 04/6374

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 mei 2007.

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2007. Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.J.M.A. Clerx, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 15 juli 2004 heeft het Uwv appellants aanvraag om WW uitkering afgewezen omdat appellant heeft aangegeven niet beschikbaar te zijn om werk te aanvaarden.

2. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft het bezwaarschrift, naar eigen zeggen, op 24 augustus 2004 ter post bezorgd. Het Uwv heeft dit bezwaar bij besluit van 4 november 2004 (hierna: het bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat als bewijs dat een poststuk tijdig ter post is bezorgd volgens vaste jurisprudentie geldt de datumstempel van het postkantoor. Blijkens het poststempel is het bezwaarschrift op 27 augustus 2004 ter post bezorgd, derhalve na afloop van de daartoe geldende termijn.

4. In hoger beroep heeft appellant herhaald dat hij het bezwaarschrift op 24 augustus 2004 heeft gepost en dat hij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de trage verwerking van post bij TPG Post omdat deze buiten zijn invloedsfeer gelegen is.

4.1. Aan de Raad ligt de vraag voor of de rechtbank gevolgd kan worden in het oordeel over het bestreden besluit. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en stelt zich achter de overwegingen die de rechtbank aan de aangevallen uitspraak ten grondslag heeft gelegd. De Raad merkt hierbij nog op dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het bezwaarschrift tijdig ter post heeft bezorgd en dat de gevolgen van het niet-aangetekend verzenden van een poststuk voor risico van appellant dient te komen.

5. Uit het bovenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.

6. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2007.

(get.) M.A. Hoogeveen.

(get.) M.D.F. de Moor.