Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA6379

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-05-2007
Datum publicatie
06-06-2007
Zaaknummer
05-5919 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-verzekerd voor de WAO op eerste ziektedag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/5919 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2005, 04/6104 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 mei 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2007. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. van Buren.

II. OVERWEGINGEN

Aan de aangevallen uitspraak, waarin appellant is aangeduid als eiser en het Uwv als verweerder, ontleent de Raad de volgende feiten en omstandigheden:

"Eiser is vanaf 1994 tot 13 december 1996 (met onderbrekingen) voor een uitzendbureau werkzaam geweest. Vanaf 4 december 1995 heeft eiser een uitkering ingevolge de Werkloosheidwet (WW) ontvangen, welke uitkering

per 7 september 1996 is overgegaan in een vervolguitkering tot en met

6 september 1998. Eiser heeft zich vanuit de WW diverse malen ziek gemeld, onder meer van 3 februari 1997 tot 17 maart 1997 en van 3 november 1997 tot 7 november 1997. Eiser is in 1998 naar Marokko vertrokken.

Eiser heeft bij brief van 27 november 2000 bij verweerder een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) aangevraagd. Eiser is op 3 oktober 2002 in Marokko medisch onderzocht.

De verzekeringsarts heeft in zijn rapportage van 22 oktober 2003 het volgende vermeld. Eiser heeft na zijn laatste hersteldmelding WW ontvangen en heeft zich tot zijn vertrek naar Marokko in april 1998 niet meer ziek gemeld. Uit het rapport van Dr. Talhaoui van 10 maart 2000 blijkt dat eiser op 31 december 1998 voor het eerst werd opgenomen in een ziekenhuis in Marokko in verband met psychische klachten. Gezien het feit dat eiser geen gegevens van een medische behandeling in Nederland heeft verstrekt, er geen aanwijzingen zijn dat eiser ook daadwerkelijk behandeling heeft gehad in Nederland en zijn ziekte voor het eerst in Marokko is genoemd, is het plausibel dat zijn arbeidsongeschiktheid in Marokko is ontstaan. De eerste concrete gegevens komen uit Marokko. Als eerste ziektedag op basis van concrete gegevens dient dan 31 december 1998 te worden genoemd, aldus nog steeds de verzekeringsarts.

Bij besluit van 17 juni 2004 heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat zijn aanvraag om een WAO-uitkering wordt afgewezen, omdat zijn verzekering in het kader van de WAO bij zijn terugkeer naar Marokko in april 1998 is geëindigd. Eiser was ten tijde van de aanvang van de arbeidsongeschiktheid op 31 december 1998 niet verzekerd ingevolge de WAO.

Bij brief van 17 augustus 2004 heeft verweerder eiser verzocht nadere gegevens te verstrekken waaruit zou kunnen blijken dat zijn arbeidsongeschikt-heid zou zijn ingetreden op een datum waarop hij (nog) verzekerd was krachtens de WAO. Verweerder heeft van eiser geen reactie op deze brief ontvangen.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het besluit van 17 juni 2004 gehandhaafd. Verweerder heeft overwogen dat eiser op grond van zijn WW-uitkering voor de WAO-uitkering verzekerd zou zijn geweest tot 6 september 1998, maar dat eisers WW-uitkering is beëindigd per 7 april 1998, de datum waarop hij naar Marokko is vertrokken. Van een ziekmelding in de periode tussen 7 november 1997 en

7 april 1998 is niet gebleken. Uit de beschikbare gegevens is niet gebleken dat de arbeidsongeschiktheid eerder is ontstaan dan op de arbitrair vastgestelde datum van 31 december 1998. Dat betekent volgens verweerder dat eiser op het moment waarop de arbeidsongeschiktheid is ingetreden, niet verzekerd was krachtens de WAO.

Eiser heeft in beroep, zakelijk weergegeven aangevoerd dat hij in Nederland heeft gewerkt en uit dien hoofde verzekerd was ingevolge de WAO. Eiser heeft gesteld dat hij per september 1993 en per november 1994 ziek is geweest. Eiser lijdt naar eigen zeggen aan schizofrenie. Zijn huisarts heeft verklaard, dat zijn ziektepercentage meer is dan 95. Eiser is zieker dan ooit tevoren, hij kan niet werken en zich niet concentreren."

Vervolgens heeft de rechtbank overwogen:

"Artikel 7, aanhef en onder a, van de WAO luidt als volgt:

Voor de toepassing van deze wet wordt als werknemer beschouwd degene, die krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet uitkering ontvangt.

De Marokkaanse arts F. Lamouri, die eiser in Marokko heeft onderzocht, heeft in het formulier MN213 vermeld, dat eiser op

7 april 1998 naar Marokko is teruggekeerd. Nu eiser niet heeft betwist dat hij op 7 april 1998 naar Marokko is teruggekeerd, zal de rechtbank deze datum als vaststaand aannemen.

De rechtbank kan zich voorts vinden in de redenering van de verzekeringsarts, dat eisers eerste ziektedag op 31 december 1998 gesteld dient te worden. In

dit verband overweegt de rechtbank, dat eiser pas twee jaar na december 1998 een aanvraag om een uitkering heeft ingediend. In zo’n geval draagt de retrospectieve bepaling van het exacte tijdstip van het intreden van de arbeidsongeschiktheid onvermijdelijk een enigszins arbitrair karakter. Nu niet gebleken is dat er sprake is geweest van buiten zijn wil gelegen omstandig-heden die het hem onmogelijk hebben gemaakt om een aanvraag (veel) eerder in te dienen, rust in dit geval op eiser een extra adstructieplicht ter zake van de exacte ingangsdatum van zijn arbeidsongeschiktheid. Derhalve dienen eventuele onduidelijkheden op dat punt voor zijn rekening te blijven. Het is mede in het licht hiervan dat de rechtbank meent dat verweerder de datum van 31 december 1998 terecht als eisers eerste ziektedag heeft vastgesteld.

Uit de door eiser overgelegde stukken kan niet worden opgemaakt dat hij na zijn laatste hersteldmelding op 7 november 1997 vóór zijn terugkeer naar Marokko op 7 april 1998 nog arbeidsongeschikt is geworden. Per 7 april 1998 was hij niet meer verzekerd op grond van de WAO. Dit betekent dat verweerder terecht heeft besloten dat eiser geen recht heeft op een WAO-uitkering, omdat eiser ten tijde van zijn aanvang van de arbeidsongeschiktheid op 31 december 1998 niet meer verzekerd was ingevolge de WAO."

Het beroep is ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft appellant zijn in eerdere fasen van het geding naar voren gebrachte bezwaren tegen het bestreden besluit in essentie herhaald.

De Raad oordeelt als volgt.

Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het Uwv met recht de eerste arbeidsongeschiktheidsdag heeft bepaald op 31 december 1998, terwijl appellant op die dag niet verzekerd was ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

De Raad beantwoordt deze vraag, evenals de rechtbank, bevestigend en stelt zich achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met appellants stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank.

Het hoger beroep is dan ook vergeefs ingesteld.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Kovács als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2007.

(get.) H.J. Simon.

(get.) A. Kovács.