Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA5940

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-05-2007
Datum publicatie
30-05-2007
Zaaknummer
06-3894 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verlaging WW-uitkering. Onvoldoende mate passende arbeid te verkrijgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/3894 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 24 mei 2006, 05/2712 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 mei 2007.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.W. Rauh, advocaat te Hoensbroek, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 11 april 2007. Partijen zijn -met voorafgaand bericht- niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

2. Bij het besluit op bezwaar van 16 november 2005 heeft het Uwv gehandhaafd zijn beslissing van 24 augustus 2005, waarbij de WW-uitkering van appellant met ingang van 18 juli 2005 met 20% gedurende 16 weken is verlaagd. Daaraan ligt ten grondslag dat appellant in de periode van 20 juni 2005 tot en met 17 juli 2005 in onvoldoende mate heeft getracht passende arbeid te verkrijgen.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep uitvoerig gemotiveerd ongegrond verklaard. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en maakt de overwegingen die haar tot dat oordeel hebben geleid, tot de zijne.

3.1. Hetgeen in hoger beroep namens appellant is aangevoerd, bevat een herhaling van wat in eerste aanleg is betoogd en door de rechtbank, als gezegd, op goede gronden is weerlegd, en behoeft derhalve geen verdere bespreking.

4. Het hiervoor overwogene leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht acht de Raad geen termen aanwezig.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2007.

(get.) M.A. Hoogeveen.

(get.) M.D.F. de Moor.