Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA5797

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-05-2007
Datum publicatie
29-05-2007
Zaaknummer
05-601 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering ziekengeld. Geschikt voor in kader WAO-schatting geselecteerde functies. Juiste maatstaf arbeid?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/601 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 20 december 2004, 04/1485 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 mei 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2007. Appellant is - zoals aangekondigd - niet verschenen. Het Uwv heeft zich doen laten vertegenwoordigen door mr. S. Croes.

II. OVERWEGINGEN

Appellant was werkzaam als gevelreiniger. Op 23 juli 2003 heeft hij zich ziek gemeld na een wegraking. Naar aanleiding hiervan is aan appellant ziekengeld toegekend.

Bij besluit van 9 maart 2004 is aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van 10 maart 2004 geen recht meer heeft op ziekengeld, omdat hij niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van de destijds in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) geduide functies. Dit besluit berust op de rapportages van de verzekeringsarts

H. Derix van 23 januari 2004 en 8 maart 2004.

Het bezwaar tegen voormeld besluit is bij besluit van 25 mei 2004 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan dit besluit ligt ten grondslag het rapport van de bezwaarverzekeringsarts S. Gommers van 18 mei 2004. Deze acht appellant op

10 maart 2004 geschikt voor zijn eigen arbeid als gevelreiniger zoals door appellant omschreven.

De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij met name betekenis toegekend aan de bevindingen en de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts Gommers. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de bezwaarverzekeringsarts is uitgegaan van de juiste maatstaf arbeid en dat deze de informatie van de behandelend neuroloog dr. S. Starrenburg van 9 maart 2004 heeft meegewogen. De rechtbank heeft voorts overwogen dat appellant geen medische gegevens in het geding heeft gebracht die aanleiding geven voor twijfel aan het medisch oordeel van de bezwaarverzekeringsarts.

In hoger beroep heeft de gemachtigde van appellant dezelfde grieven als in eerste aanleg naar voren gebracht.

De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. In hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht ziet de Raad geen aanleiding te oordelen dat appellant op de datum in geding op medische gronden niet in staat was zijn arbeid te verrichten. De Raad constateert daarbij dat appellant ook in hoger beroep geen nieuwe medische gegevens heeft aangedragen die een ander licht werpen op zijn gezondheidstoestand ten tijde in geding. In aansluiting op hetgeen de rechtbank heeft overwogen merkt de Raad nog op dat voldoende aandacht is besteed aan de aard en de zwaarte van het werk van appellant. De Raad verwijst in dit verband naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts Gommers van 18 mei 2004 die op grond van informatie van de bezwaararbeidsdeskundige in aanmerking heeft genomen dat met beveiligde apparatuur wordt gewerkt. Voorts blijkt dat appellant zelf op de hoorzitting van 11 mei 2004 in het bijzijn van zijn gemachtigde een werkomschrijving heeft gegeven en vervolgens heeft verklaard dat hij niet op hoogte hoefde te werken en dat het werk voor hem fysiek niet zwaar was. De gemachtigde van het Uwv heeft ter zitting van de Raad met betrekking tot de werkzaamheden van appellant, met name het reinigen van viaducten (gelegen langs de snelweg), nog nader toegelicht dat de werkplek om veiligheidsredenen wordt afgeschermd van het verkeer.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Verrips als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2007.

(get.) M.C.M. van Laar.

(get.) J. Verrips.