Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA5330

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-04-2007
Datum publicatie
21-05-2007
Zaaknummer
06-2874 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De gronden, die in het in beroep bestreden besluit op bezwaar zijn gebezigd om ziekengeld te weigeren, worden niet langer gehandhaafd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/2874 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 6 april 2006, 04/1149 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 april 2007.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.C. Cornelisse, advocaat te Apeldoorn, hoger beroep ingesteld en desgevraagd nadere stukken ingezonden.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 maart 2007, waar appellant met voorafgaand schriftelijk bericht niet is verschenen. Daartoe ambtshalve opgeroepen is voor het Uwv verschenen mr. M. Diekema, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

In dit geding is aan de orde de aanspraak van appellant op ziekengeld per 7 januari 2004 dan wel per 1 april 2004. Ter zitting heeft de Raad moeten constateren dat het Uwv de gronden die in het in beroep bestreden besluit op bezwaar van 5 juli 2004 zijn gebezigd om ziekengeld te weigeren niet langer handhaaft.

Deze vaststelling leidt tot de conclusie dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 7:12, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en moet worden vernietigd. Eenzelfde lot treft ook de aangevallen uitspraak. Het Uwv zal een nieuw besluit op bezwaar moeten nemen.

De Raad acht termen aanwezig om het Uwv op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de (proces)kosten van appellant in bezwaar, begroot op € 644,--, in beroep, begroot op € 644,-- en in hoger beroep, begroot op € 322,--, totaal derhalve € 1.610,--.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;

Bepaalt dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar neemt;

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.610,--, te voldoen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het betaalde griffierecht van in totaal € 142,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net als voorzitter en G. van der Wiel en N.J. van Vulpen-Grootjans als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 april 2007.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) R.E. Lysen.

EK1704