Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA5275

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-05-2007
Datum publicatie
22-05-2007
Zaaknummer
05-4625 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

BZA-uitkering na ontslag, besluit, bestuursorgaan, bevoegdheid rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2007/166
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/4625 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 17 juni 2005, 03/2636 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: minister)

Datum uitspraak: 3 mei 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 maart 2007. Appellante is met voorbericht niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door

H.A.L. Knoben, werkzaam bij Loyalis maatwerkadministraties BV te Heerlen.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Appellante is van 1 oktober 2001 tot 1 januari 2003 op een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als buurtmoeder in dienst geweest van de Vereniging Regionaal Opleidingen Centrum (ROC) [naam opleidingscentrum] te [vestigingsplaats].

1.2. Per 18 juni 2002 is appellante als gevolg van een ongeval arbeidsongeschikt geworden. Met ingang van 1 januari 2003 is aan appellante op grond van artikel 39, eerste lid, van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs (BZA) een ziekte-uitkering toegekend. Nadat bij besluit van 16 mei 2003 aan appellante een uitkering op grond van de Wet op de arbeids-ongeschiktheidsverzekering per 17 juni 2003 was geweigerd, heeft (het uitvoeringsorgaan namens) de minister de ziekte-uitkering bij besluit van 27 mei 2003 per 17 juni 2003 beëindigd.

1.3. Bij beslissing op bezwaar van 3 september 2003 is de beëindiging van de ziekte-uitkering gehandhaafd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaard.

3. De Raad overweegt het volgende.

3.1. Ingevolge artikel 40, eerste lid, van het BZA richt de betrokkene ter verkrijging van de in artikel 39 bedoelde aanspraak op ziekte-uitkering een aanvraag aan het bevoegd gezag, dan wel aan de minister indien hij in dienstbetrekking werkzaam was bij een of meer instellingen, genoemd in artikel 1, onderdeel b1, b2 en b3, van het BZA.

3.2. Het ROC [naam opleidingscentrum] is een uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b4, van het BZA, zoals dat luidde tot 1 juli 2003. Het nemen van beslissingen omtrent de toepassing van artikel 39 van het BZA jegens appellante behoorde derhalve ook ten tijde van belang tot de bevoegdheid van het bestuur van de instelling, in dit geval van de Vereniging ROC [naam opleidingscentrum]. De minister was derhalve niet bevoegd tot het nemen van de beslissing van 27 mei 2003.

4. De Raad merkt vervolgens met betrekking tot het rechtskarakter van een beslissing van het bestuur van genoemde vereniging het volgende op. Ingevolge artikel 1.1.3., tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs zijn de bepalingen, vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in onder meer artikel 4.1.2. van die wet, waaronder het BZA, voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs. Op grond van artikel VI van het Besluit van 16 mei 2003, Stb. 2003, 233, is hieraan eerst met ingang van 1 juli 2003 een einde gekomen.

4.1. Aangezien het ROC [naam opleidingscentrum] een bijzondere instelling is, die staat onder het bestuur van een privaatrechtelijke rechtspersoon, geschiedt de toepassing van het BZA door voormeld bestuur ter voldoening aan een bekostigingsvoorwaarde. Van de uitoefening van een overheidstaak of gebruikmaking van publiekrechtelijke bevoegd-heden is hierbij geen sprake. De rechtsverhouding tussen de vereniging als werkgever en appellante als werkneemster is privaatrechtelijk van aard. De beslissing van het bestuur van de vereniging omtrent de ziekte-uitkering van appellante berust derhalve niet op een publiekrechtelijke, maar op een privaatrechtelijke grondslag en in een geschil omtrent zulk een beslissing is slechts de burgerlijke rechter bevoegd.

5. Aangezien de minister onbevoegd was tot het nemen van de beslissing van 27 mei 2003 zal de Raad de aangevallen uitspraak vernietigen en, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, de beslissing op bezwaar van 3 september 2003 vernietigen. Voorts zal de Raad met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak voorzien en de beslissing van 27 mei 2003 herroepen.

6. In het vorenstaande vindt de Raad aanleiding de minister op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellante in eerste aanleg tot een bedrag van € 322,- en in hoger beroep tot een bedrag van € 322,- aan kosten van rechtsbijstand, in totaal € 644,-.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beslissing op bezwaar van 3 september 2003;

Herroept de primaire beslissing van 27 mei 2003;

Veroordeelt de minister in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 644,-, te betalen door de Staat der Nederlanden aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat de Staat der Nederlanden aan appellante het door haar in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 134,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en G.P.A.M. Garvelink-Jonkers en A.A.M. Mollee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van O.C. Boute als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2007.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) O.C. Boute.