Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA5100

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-05-2007
Datum publicatie
15-05-2007
Zaaknummer
06-2009 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij nader besluit toestemming voor volgen opleiding onder voorwaarden. Schadevergoeding?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/2009 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 8 maart 2006, 05/1183 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Helden (hierna: College)

Datum uitspraak: 1 mei 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant P.A. Rechsteiner hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 maart 2007. Appellant is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door S.R. Schipperheijn, werkzaam voor de gemeente Helden.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant ontving een bijstandsuitkering ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB), naar de norm voor gehuwden.

Bij brief van 15 april 2005 heeft appellant het College verzocht deel te mogen nemen aan een reïntegratietraject via Best Alert Security College B.V. (hierna: Best Alert).

Bij besluit op bezwaar van 12 juli 2005 heeft het College zijn standpunt gehandhaafd - voorzover hier van belang - dat voor het volgen van het door appellant bedoelde reïntegratietraject geen toestemming wordt verleend en dat de kosten van dat traject niet voor vergoeding in aanmerking komen.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond heeft bij uitspraak van 3 oktober 2005 het verzoek van appellant tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 12 juli 2005 ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - voor zover hier van belang - als volgt overwogen, waarbij voor verweerder het College moet worden gelezen en voor eiser appellant:

“Ter zitting van de voorzieningenrechter op 3 oktober 2005 is gebleken dat verweerder - onder voorwaarden - toestemming heeft verleend tot het volgen [van] de opleiding bij Best Alert gedurende 15 weken. Ter zitting heeft eiser zich met de (reïntegratie-)voorwaarden die door verweerder in dat kader aan de WWB-uitkering zijn verbonden, waaronder een medisch onderzoek, akkoord verklaard.

Ter zitting van de rechtbank heeft eisers gemachtigde desgevraagd ten aanzien van het bestreden besluit aangegeven dat eiser uitsluitend heeft verzocht om toestemming tot het volgen van de opleiding bij Best Alert en niet om vergoeding van de kosten daarvan.”

Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en daarbij tevens verzocht om schadevergoeding.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De Raad stelt vast - gelet op hetgeen de rechtbank ter zake heeft overwogen - dat het College aan appellant, onder voorwaarden, toestemming heeft verleend tot het volgen van het reïntegratietraject via Best Alert en dat appellant zich akkoord heeft verklaard met die voorwaarden. Gebleken is dat appellant dit traject heeft afgerond en dat de daaraan verbonden kosten door zijn vader zijn betaald.

Appellant stelt dat hij schade heeft geleden

De Raad stelt voorts vast dat appellant ten aanzien van zijn verzoek om schadevergoeding geen begin van bewijs heeft geleverd waaruit de gestelde schade bestaat en dat die schade in elk geval niet ziet op de kosten verbonden aan het door appellant via Best Alert gevolgde reïntegratietraject.

Een en ander brengt mee dat appellant geen rechtens te respecteren, tot zijn persoon te herleiden belang meer heeft bij een beoordeling ten gronde van de aangevallen uitspraak en het besluit van 28 juli 2005.

Daar waar niet (meer) van enig procesbelang bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak en het besluit van 28 juli 2005 is gebleken, dient, gezien het voorafgaande, het hoger beroep wegens vervallen procesbelang niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham als voorzitter en G. van der Wiel en

C. van Viegen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van L. Jörg

als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2007.