Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA5007

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-05-2007
Datum publicatie
14-05-2007
Zaaknummer
04-6235 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/6235 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 oktober 2004, 03/2346 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 mei 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2007. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge en het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.

II. OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen het bestreden besluit van 31 juli 2003, waarbij het bezwaar tegen de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) op 25 tot 35% per 12 december 2001, ongegrond is verklaard.

De gemachtigde van appellante heeft een groot aantal grieven van meer algemene aard omtrent de toetsing van medische rapportages en hiermee samenhangende vraagstukken van bewijsrecht, waaronder de waarde van de rapporten van de directrice van het instituut Psychosofia, Centrum voor Spirituele Geneeswijze en Spirituele Dans, naar voren gebracht. Deze grieven heeft zij in soortgelijke bewoordingen reeds in eerdere procedures bij de Raad ingebracht. De Raad ziet geen aanleiding om in dit geschil tot een ander oordeel te komen dan neergelegd in zijn eerdere en bij gemachtigde van appellante bekende uitspraken.

De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel dat er, gelet op de stukken, geen grond voor twijfel is aan de door de verzekeringsarts in aanmerking genomen medische beperkingen van appellante. De verzekeringsarts heeft zoals blijkt uit de rapportage van 29 november 2001 appellante onderzocht en informatie over appellante van behandelende neurologen, internist en psycholoog in zijn beoordeling betrokken. Hij heeft op basis van dit onderzoek enige beperkingen aanwezig geacht ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapportage van 5 mei 2003 gemotiveerd aangegeven dat er geen medische argumenten zijn om af te wijken van het primaire medische oordeel.

Het is de Raad niet gebleken dat het onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsarts naar de beperkingen van appellante niet zorgvuldig, niet volledig of niet juist is verricht.

Door appellante is geen medische informatie ingebracht waaruit moet worden afgeleid dat appellante meer of anders beperkt zou moeten worden geacht dan door het Uwv is aangenomen. Ook uit de rapportage van H. van Holten-Basch van 13 februari 2003 – die ook geen medisch specialist is – blijkt dit niet.

De Raad is voorts van oordeel dat aan appellante voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen zijn voorgehouden die vallen binnen de belastbaarheid van appellante en de conclusie rechtvaardigen dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante met ingang van 12 december 2001 terecht is vastgesteld op 25 tot 35%.

Gezien het vorenstaande slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op

11 mei 2007.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) M.H.A. Uri.

TM