Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA4999

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-05-2007
Datum publicatie
14-05-2007
Zaaknummer
04-6213 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/6213 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 september 2004, 04/124 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 mei 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. H. Stoppelenburg, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 30 maart 2007. Appellante is niet verschenen en het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.P. Prinsen.

II. OVERWEGINGEN

Appellante heeft zich ziek gemeld op 19 oktober 2000 met onder meer gynaecologische klachten. Per einde wachttijd (17 oktober 2001) is haar geen uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante heeft zich opnieuw ziek gemeld op

8 april 2002.

Bij besluit van 6 mei 2003 heeft het Uwv geweigerd om per 6 april 2003 aan appellante een uitkering ingevolge de WAO toe te kennen omdat haar mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.

Bij besluit van 4 december 2003 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 6 mei 2003 ongegrond verklaard.

Het door appellante ingestelde beroep tegen het bestreden besluit is door de rechtbank ongegrond verklaard.

Namens appellante is in hoger beroep aangevoerd dat ten onrechte de wet AMBER niet van toepassing is geacht op de ziekmelding in april 2002. De rechtbank is er ten onrechte vanuit gegaan dat appellante bij haar ziekmelding in april 2002 andere klachten had dan in oktober 2000. Verder is appellante van mening dat zij in april 2003 niet in staat was om 8 uur per dag in de geduide functies te werken omdat zij toen nog steeds ernstige psychische problemen had en buiklachten.

Van de zijde van het Uwv heeft bezwaarverzekeringsarts P.M. Cramer in reactie op het hoger beroep aangegeven dat er geen nieuwe feiten naar voren zijn gebracht en dat er geen aanleiding is om een andere beslissing te nemen.

Desgevraagd heeft Cramer in de rapportage van 26 februari 2007 nog een toelichting gegeven op het standpunt van het Uwv dat de verkorte wachttijd van de wet AMBER niet van toepassing is op de ziekmelding per 8 april 2002.

De Raad overweegt als volgt.

Zoals de Raad eerder heeft overwogen, zie CRvB 04/4124 WAO, gepubliceerd in RSV 2006/355, brengt het bepaalde in artikel 43a van de WAO (wet AMBER) met zich dat de vraag of er sprake is van toegenomen beperkingen voorafgaat aan de vraag waardoor deze worden veroorzaakt. Met andere woorden: eerst als de vraag of er sprake is van toegenomen beperkingen is beantwoord, komt de vraag aan de orde of deze voortvloeien uit een andere ziekteoorzaak.

De ziekmelding van 8 april 2002 komt voort uit een gynaecologische ingreep die appellante op die datum heeft ondergaan.

Bij beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid per 6 april 2003 is geconcludeerd tot verminderde fysieke belastbaarheid in verband met een slechte conditie van de rompspieren. Hiervoor zijn beperkingen aangenomen op het locomotore vlak. Genoemde slechte conditie van de rompspieren en de beperkingen op het locomotore vlak zijn niet anders dan in 2001.

Bij onderzoek in het kader van de afgewezen uitkeringsaanvraag in 2001 zijn wel gynaecologische problemen aan de orde gekomen, en is ook informatie verkregen van behandelend gynaecologen, doch met betrekking tot appellantes gynaecologische klachten zijn destijds geen beperkingen aangenomen. De Raad wijst in dit verband in het bijzonder op de brief van gynaecoloog A.L. Thurkow van 22 november 2001 waarin deze arts aangeeft dat, indien er sprake is van arbeidsongeschiktheid deze zijns inziens niet ligt op gynaecologisch gebied.

De Raad is dan ook van oordeel dat mede gelet op de in hoger beroep door de bezwaarverzekeringsarts gegeven toelichting voldoende vast staat dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het eerste lid van artikel 43a van de WAO zich in dit geval niet voor toepassing leent omdat de vraag of er sprake is van toegenomen beperkingen niet positief beantwoord kan worden.

Ten aanzien van het antwoord op de vraag of de beperkingen per 6 april 2003 juist zijn vastgesteld overweegt de Raad dat de verzekeringsarts beperkingen voor het verrichten van arbeid heeft aangenomen.

Bezwaarverzekeringsarts Cramer heeft informatie ingewonnen bij de behandelend internist en gynaecoloog. Op basis van dossierstudie en de in bezwaar verkregen medische gegevens zag Cramer geen aanleiding om het primair medisch oordeel te wijzigen.

De Raad ziet geen reden om aan te nemen dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is verricht of dat de uitkomst van het onderzoek niet juist is. Appellante heeft noch in beroep noch in hoger beroep medische informatie overlegd die tot een ander oordeel moet leiden. Voor een urenbeperking is in de stukken evenmin steun te vinden. Appellante moet dan ook in staat worden geacht de geduide functies gedurende 8 uur per dag te verrichten.

Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat het hoger beroep geen doel treft en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2007.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) M.H.A. Uri.

MR