Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA4882

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-05-2007
Datum publicatie
11-05-2007
Zaaknummer
05-1003 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/1003 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 december 2004, 04/1754 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 mei 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is op 30 maart 2007 ter zitting ter behandeling aan de orde gesteld. Partijen zijn aldaar - zoals tevoren is bericht - niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een uitgebreidere weergave van de feiten en omstandigheden die in dit geding van belang zijn, volstaat de Raad met het volgende.

Evenals in beroep ligt thans in hoger beroep ter beantwoording de vraag voor of het Uwv bij besluit van 5 mei 2004 (hierna: bestreden besluit), waarbij hij heeft gehandhaafd zijn besluit van 17 november 2003, terecht en op goede gronden de aan appellante toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die voordien werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%, met ingang van 18 januari 2004 heeft ingetrokken op de grond dat appellante ten tijde van belang minder dan 15% arbeidsongeschikt is.

De Raad beantwoordt die vraag net als de rechtbank bij de aangevallen uitspraak bevestigend.

De door de rechtbank gehanteerde overwegingen ter zake van de medische onderbouwing van het bestreden besluit kan de Raad onderschrijven en maakt hij tot de zijne. Verder onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank dat ook de arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit de aan te leggen rechterlijke toetsing kan doorstaan.

In hoger beroep is door appellante aangegeven dat zij twijfel koestert ten aanzien van het medisch oordeel van de door het Uwv ingeschakelde verzekeringsarts W.A. Kooijman. Haar gezondheidsklachten zijn volgens appellante niet afgenomen maar juist verergerd. Dienaangaande overweegt de Raad dat appellante in hoger beroep evenmin als in beroep nieuwe objectieve medische gegevens heeft ingebracht die bij de Raad twijfel doen rijzen aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde functionele mogelijkheden van appellante op de datum in geding. De gezondheidsklachten zoals appellante die heeft gepresenteerd in haar brief van 18 maart 2007 zien in hoofdzaak op haar huidige situatie; die is voor de beoordeling van de onderhavige intrekking niet relevant.

Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat het hoger beroep van appellante niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt derhalve bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht een proceskostenveroordeling uit te spreken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2007.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(get.) M.H.A. Uri

MK