Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA4840

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-05-2007
Datum publicatie
14-05-2007
Zaaknummer
05-2414 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering toe te kennen. Verstopte beperkingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/2414 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

A[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 21 maart 2005, 04/525 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 mei 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft P.J. Reeser, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaats gevonden op 30 maart 2007. Appellante is aldaar, zoals tevoren is bericht, niet verschenen. Het Uwv was evenmin vertegenwoordigd.

II. OVERWEGINGEN

Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een uitgebreidere weergave van de feiten en omstandigheden die in dit geding van belang zijn, volstaat de Raad met het volgende.

Evenals in beroep ligt thans in hoger beroep ter beantwoording de vraag voor of het Uwv bij besluit van 2 februari 2004 (hierna: bestreden besluit), waarbij hij heeft gehandhaafd zijn besluit van 1 september 2003, terecht en op goede gronden met ingang van 14 februari 2003 - in aansluiting op het einde van de wachttijd - appellante geen uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) heeft toegekend, op de grond dat appellante ten tijde van belang minder dan 15% arbeidsongeschikt is.

De Raad beantwoordt die vraag evenals de rechtbank bij de aangevallen uitspraak bevestigend.

De door de rechtbank gehanteerde overwegingen ter zake van de medische onderbouwing van het bestreden besluit onderschrijft de Raad en maakt hij tot de zijne. In hoger beroep evenmin als in beroep heeft appellante objectieve medische gegevens ingebracht die twijfel doen rijzen aan de juistheid van de medische beoordeling die aan het bestreden besluit ten grondslag ligt. Verder onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit ook wat betreft de arbeidskundige component de aan te leggen rechterlijke toetsing kan doorstaan.

In hoger beroep is bij fax-bericht van 29 maart 2007 namens appellante nog gesteld dat de kritische functionele mogelijkhedenlijst zogenoemde verstopte beperkingen kent op de aspecten 4.3 (hand- en vingergebruik) en 4.7 (schroefbewegingen met hand en arm). Van zodanige beperkingen heeft noch de arbeidsdeskundige, noch de bezwaararbeidsdeskundige van het Uwv zich rekenschap gegeven, zodat - aldus de gemachtigde van appellante - appellante ten onrechte niet ongeschikt is geacht voor de maatgevende functie van marketeer.

Dienaangaande stelt de Raad vast dat de kritische functionele mogelijkhedenlijst, anders dan de gemachtigde van appellante meent, op de aspecten 4.3 en 4.7 geen verborgen beperkingen kent. Door de verzekeringsarts is immers juist uitdrukkelijk aangegeven dat appellante op deze aspecten niet specifiek beperkt is maar normaal belastbaar. Hij heeft daarbij ter toelichting opgemerkt dat de verminderde kracht in de handen dubieus is.

Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat het hoger beroep van appellante niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt derhalve bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht een proceskostenveroordeling uit te spreken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op

11 mei 2007.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) M.H.A. Uri.