Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA4585

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-04-2007
Datum publicatie
08-05-2007
Zaaknummer
06-3530 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Prematuur bezwaar: het besluit was ten tijde van de indiening van het bezwaarschrift nog niet tot stand gekomen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:10, geldigheid: 2007-04-27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/3530 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2006, 05/4517 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 27 april 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. G. van Leeuwen, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2007.

Het geding is daar gevoegd behandeld met het geding bij de Raad bekend onder nr. 05/1367 WAO tussen dezelfde partijen. Appellant en zijn gemachtigde zijn -met bericht- niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door F.G.E. Houtbeckers.

Na de behandeling ter zitting zijn de gedingen gesplitst en wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

II. OVERWEGINGEN

Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 7 februari 2005 (het bestreden besluit), waarbij het Uwv -beslissend op bezwaar- zijn besluit van 18 december 2001 heeft gehandhaafd. Bij laatstgenoemd besluit heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant met ingang van 28 augustus 2000 herzien en vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65-80%.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat het Uwv de brief van appellant van 10 december 2001, die was gericht tegen de brief van 3 december 2001 van de arbeidsdeskundige J. Komijn, ten onrechte in behandeling heeft genomen als prematuur bezwaarschrift tegen het besluit van 18 december 2001. Naar het oordeel van de rechtbank heeft appellant uit de brief van de arbeidsdeskundige moeten en kunnen opmaken dat slechts sprake was van een advies en dat een besluit nog zou volgen.

In hoger beroep heeft appellant zich, onder verwijzing naar artikel 6:10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het standpunt gesteld dat hij uit de gesprekken die hij met de arbeidsdeskundige heeft gevoerd kon en mocht begrijpen dat het besluit tot herziening van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering reeds was genomen. Voorts is hij van mening dat het in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is dat de rechtbank tot een ander oordeel komt dan het Uwv, nu het Uwv bij de behandeling ter zitting van het geding dat heeft geleid tot het hoger beroep 05/1367 WAO heeft toegezegd het premature bezwaarschrift alsnog in behandeling te zullen nemen.

De Raad kan zich geheel verenigen met het oordeel van de rechtbank en met de overwegingen die de rechtbank daartoe hebben geleid. Ook naar het oordeel van de Raad was het besluit van 18 december 2001 ten tijde van de indiening van het bezwaarschrift op 10 december 2001 nog niet tot stand gekomen en kon appellant ook redelijkerwijs niet menen dat dit wel reeds het geval was. Voorts heeft de Raad al eerder geoordeeld dat artikel 6:10 van de Awb behoort tot de voorschriften van openbare orde, die door de rechter ambtshalve dienen te worden getoetst. De Raad wijst op zijn uitspraak van 10 oktober 2006, LJN: AZ0153.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Aangezien geen termen aanwezig zijn om met toepassing van artikel 8:75 van de Awb een proceskostenveroordeling uit te spreken, beslist de Raad als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en J.G. Treffers en M. Greebe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 april 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.C.T.M Sonderegger.

JL