Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA4530

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-05-2007
Datum publicatie
07-05-2007
Zaaknummer
05/5579 WAO en 05/5580 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen vergoeding niet-juridische deskundige indien ervan uit mag worden gegaan dat de deskundige een bijdrage levert aan een voor betrokkene gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijke relevante vraag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/5579 en 05/5580 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 augustus 2005, 05/1422 en 05/1439,

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 mei 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een gewijzigd besluit op het bezwaar van 15 september 2005 ingezonden.

De zaak is behandeld ter zitting van 23 maart 2007. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.L.J. Weltevrede.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 18 maart 2005 heeft het Uwv aan appellant schriftelijk te kennen gegeven dat de kosten van de in bezwaar en beroep overgelegde rapporten van mevrouw Verhage, directrice van Instituut Psychosofia, Centrum voor Spirituele Geneeswijze en Spirituele Dans (Psychosofia) niet worden vergoed.

In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het hiertegen gerichte beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep beperkt zich tot dit onderdeel van de aangevallen uitspraak.

Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de aan de werkzaamheden van Psychosofia verbonden kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. De Raad verwijst hiervoor naar zijn uitspraak van 13 april 2005, RSV 2005, 170. Daaruit blijkt dat als maatstaf wordt gehanteerd of degene die een niet-juridische deskundige heeft ingeroepen, ten tijde van die inroeping, ervan uit mocht gaan dat de deskundige een bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijke relevante vraag. Daartoe dient in ieder geval een verband te bestaan tussen de ingeroepen deskundigheid en de specifieke vragen die in een procedure als de onderhavige aan de orde zijn. Dat verband acht de Raad in dit geval, waarin in de na toepassing van een in de reguliere geneeskunde niet gangbare onderzoekswijze tot stand gekomen rapporten van mevrouw Verhage commentaar wordt geleverd op medische rapportages niet aanwezig. Dit staat aan vergoeding van deze kosten, ongeacht of deze in bezwaar of (hoger) beroep zijn overgelegd, in de weg.

Een proceskostenveroordeling acht de Raad voor het hoger beroep niet aangewezen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2007.

(get.) R.C. Stam.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

CVG