Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA4482

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-05-2007
Datum publicatie
07-05-2007
Zaaknummer
06-4774 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen vergoeding niet-juridische deskundige indien ervan uit mag worden gegaan dat de deskundige een bijdrage levert aan een voor betrokkene gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijke relevante vraag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4774 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 juli 2006, 04/3230,

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 mei 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak en schriftelijk gereageerd op het verweerschrift.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 23 maart 2007. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 29 april 2004 heeft het Uwv het verzoek van appellant tot toekenning van een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 3 februari 2004 afgewezen. Bij besluit van 5 oktober 2004 heeft het Uwv het besluit van 29 april 2004 ondanks bezwaar gehandhaafd.

In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank na raadpleging van een medisch deskundige het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat appellant een WAO-uitkering toekomt naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. De rechtbank heeft tevens het Uwv veroordeeld in de kosten van het geding, maar daarbij niet betrokken de kosten van de in bezwaar en beroep overgelegde rapporten van mevrouw Verhage, directrice van Instituut Psychosofia, Centrum voor Spirituele Geneeswijze en Spirituele Dans (Psychosofia). Het hoger beroep ziet uitsluitend op de weigering om voor deze kosten een vergoeding toe te kennen.

De aan de rapporten van Psychosofia verbonden kosten zijn naar het oordeel van de Raad door de rechtbank terecht niet in de kostenveroordeling betrokken. De Raad verwijst hiervoor naar zijn uitspraak van 13 april 2005, RSV 2005, 170. Daaruit blijkt dat als maatstaf wordt gehanteerd of degene die een niet-juridische deskundige heeft ingeroepen, ten tijde van die inroeping, ervan uit mocht gaan dat de deskundige een bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijke relevante vraag. Daartoe dient in ieder geval een verband te bestaan tussen de ingeroepen deskundigheid en de specifieke vragen die in een procedure als de onderhavige aan de orde zijn. Dat verband acht de Raad in dit geval, waarin in de na toepassing van een in de reguliere geneeskunde niet gangbare onderzoekswijze tot stand gekomen rapporten van mevrouw Verhage commentaar wordt geleverd op medische rapportages niet aanwezig. Dit staat aan vergoeding van deze kosten, ongeacht of deze in bezwaar of (hoger) beroep zijn overgelegd, in de weg.

Een proceskostenveroordeling acht de Raad voor het hoger beroep niet aangewezen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2007.

(get.) R.C. Stam.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

CVG