Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA4240

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-04-2007
Datum publicatie
03-05-2007
Zaaknummer
06-4024 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geen medisch noodzaak om te verhuizen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/4024 WUV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant] (hierna: appellant)

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 5 april 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 1 juni 2006, kenmerk JZ/I/70/2006 (hierna: bestreden besluit), genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 februari 2007. Appellant is daar in persoon verschenen met bijstand van mr. M.L. Hamburger, advocaat te Amsterdam, terwijl verweerster zich heeft laten vertegenwoordigen door

J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. OVERWEGINGEN

Blijkens de gedingstukken is appellant, geboren in 1941, vervolgde en uitkeringsgerech-tigde in de zin van de Wet. Aanvaard is dat de psychische klachten en de eczeemklachten van appellant in het vereiste verband staan met de ondergane vervolging.

Bij vervolgaanvraag van september 2005 heeft appellant verzocht om een bijzondere voorziening in de kosten van verhuizing en herinrichting. Blijkens het terzake opgemaakte sociaal rapport heeft appellant met name als reden voor verhuizing aangegeven, dat hij vanwege zijn eczeemklachten in knieholtes en liezen steeds meer moeite heeft met de trappen naar zijn flat (zonder lift) op de derde verdieping. Daarnaast is gesteld dat hij vanwege zijn psychische (claustrofobische) klachten niet van het balkon gebruik kan maken.

Deze aanvraag heeft verweerster afgewezen bij besluit van 23 december 2005, zoals na daartegen gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit. Hiertoe is overwogen - samengevat - dat een verhuizing geen adequate en proportionele oplossing biedt voor de huidklachten van appellant, in aanmerking genomen dat die klachten bij aangepast werk en doeltreffende medische behandeling ook niet zodanige beperkingen meebrengen dat traplopen niet mogelijk is. Ook op grond van de psychische klachten van appellant heeft verweerster geen noodzaak om te verhuizen aanwezig geoordeeld.

Ter beantwoording staat de vraag of, gelet op hetgeen appellant in beroep heeft aangevoerd, het bestreden besluit in rechte kan standhouden.

Dienaangaande overweegt de Raad als volgt.

Blijkens de gedingstukken is het hiervoor weergegeven standpunt van verweerster dat geen sprake was van een medische noodzaak tot verhuizen, in overeenstemming met adviezen van een tweetal geneeskundig adviseurs van de Pensioen- en Uitkeringsraad. Deze adviezen berusten ten laatste op, onder meer, een onderzoek van appellant door een van de genoemde adviseurs, de arts R.J. Roelofs, en op informatie uit de behandelende sector. Naar voren komt dat de eczeemklachten van appellant zijn toegenomen sinds hij weer is gaan werken, bij welke werkzaamheden hij soms veel moet lopen waardoor hij bij thuiskomst problemen ondervindt bij het traplopen, alsmede dat hij ten tijde van het onderzoek al geruime tijd niet meer voor deze klachten onder specialistische behandeling stond. Verder komt naar voren dat appellant in zijn woning op zich geen last heeft van claustrofobie mits hij niet de diepte inkijkt. Onder deze omstandigheden is in de medische adviezen een noodzaak om te verhuizen niet aanwezig geacht.

De Raad acht het bestreden besluit op grond van deze adviezen naar behoren voorbereid en toereikend gemotiveerd. In de voorhanden medische gegevens heeft de Raad onvoldoende aanknopingspunt gevonden om de door verweerster gevolgde medische visie onjuist te oordelen.

Hoewel op zich aannemelijk is - en ook door verweerster wordt aanvaard - dat appellant van zijn klachten veel hinder ondervindt, acht de Raad anderzijds ook voldoende onderbouwd dat appellant door enige, in redelijkheid te vergen aanpassingen in zijn dagelijks leven kan bewerkstelligen dat die hinder niet leidt tot zodanige beperkingen dat verhuizing noodzakelijk is te achten. Daarbij komt dat uit de voorhanden medische informatie van de behandelende sector niet blijkt, ook niet uit de in beroep nog ingezonden verklaring van de dermatoloog J.R. Wikler, van een medisch voorschrift om te verhuizen.

Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat voor vernietiging van het bestreden besluit geen grond bestaat, zodat dit besluit in rechte kan standhouden en het ingestelde beroep ongegrond dient te worden verklaard.

De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens als voorzitter en H.R. Geerling-Brouwer en C.G. Kasdorp als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.M. Szabo als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 april 2007.

(get.) G.L.M.J. Stevens.

(get.) W.M. Szabo.