Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA3573

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-04-2007
Datum publicatie
24-04-2007
Zaaknummer
05-6997 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugvordering van teveel toegekende één-oudertoeslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/6997 WSF

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 20 oktober 2005, 05/700 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep).

Datum uitspraak: 13 april 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld en de IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 januari 2007.

Appellante is in persoon verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. drs. E.H.A. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

Naar aanleiding van een wijzigingsformulier gedateerd 27 februari 2002, waarbij appellante heeft doorgegeven dat zij een op 21 februari 2002 geboren kind verzorgt, heeft de IB-Groep aan appellante een één-oudertoeslag toegekend.

Bij besluiten van 17 december 2003 heeft de IB-Groep vastgesteld dat appellante over de periode van maart 2002 tot en met december 2003 geen recht heeft op één-oudertoeslag en de teveel toegekende toeslag ten bedrage van in totaal € 8.401,52 over die periode moet terugbetalen.

Het door appellante tegen deze besluiten gemaakt bezwaar is bij besluit van 22 februari 2005 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak appellantes beroep ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat vast staat dat appellante ten onrechte een één-oudertoeslag heeft ontvangen en dat zij dit redelijkerwijs had kunnen weten. De IB-Groep kon dan ook in redelijkheid gebruik maken van haar bevoegdheid de toekenningsbesluiten te herzien en appellante is gehouden de te veel toegekende studiefinanciering terug te betalen.

Appellante is het niet met de uitspraak eens en voert in hoger beroep aan dat de IB-Groep meer fouten heeft gemaakt, dat zij heeft doorgegeven dat zij gehuwd is en dat zij wel een kind jonger dan 18 jaar verzorgt.

Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De Raad is - met de rechtbank - van oordeel dat appellante redelijkerwijs had kunnen weten dat de besluiten waarbij haar een één-oudertoeslag werd toegekend, onjuist waren. De besluiten die de IB-Groep haar na de inzending van het wijzigingsformulier van 27 februari 2002 heeft toegezonden, vermelden met zoveel woorden dat in de maximale toelage van appellante rekening is gehouden met een één-oudertoeslag. Van appellante had mogen worden verwacht dat zij, wetende dat zij geen één-oudergezin vormde en dus geen recht had op een één-oudertoeslag, de IB-Groep op de gemaakte fout zou hebben gewezen. Nu zij dat niet heeft gedaan, kan niet worden volgehouden dat de IB-Groep niet in redelijkheid ten volle van haar herzieningsbevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.

Het hoger beroep treft derhalve geen doel.

Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 april 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.C.T.M. Sonderegger.