Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA3022

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-04-2007
Datum publicatie
17-04-2007
Zaaknummer
05-5387 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering extra reiskosten wegens het vroege aanvangstijdstip van de werkzaamheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/5387 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2005, 04/988 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: college)

Datum uitspraak: 5 april 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W. Waardenburg, advocaat te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 maart 2007. Appellant is daar verschenen, bijgestaan door

mr. W. Waardenburg. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. de Wit en F.S.A. el Masry, werkzaam bij de gemeente Amsterdam.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een meer uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het navolgende.

1.1. Appellant, werkzaam in de functie van coördinator civiele zaken bij het [naam werkgever], heeft in juli 2002 gevraagd om een tegemoetkoming in extra reiskosten vanwege het vroege aanvangstijdstip van zijn werkzaamheden. Die aanvraag heeft het college afgewezen op de grond, samengevat, dat het hier niet gaat om arbeid die volgens dienstrooster moet worden verricht op tijdstippen waarop openbaar vervoer niet beschikbaar is in de zin van het Besluit extra kosten woon-werkverkeer. De afwijzing is, na bezwaar, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 27 januari 2004.

1.2. In beroep heeft appellant, evenals in bezwaar, erop gewezen dat de werktijden zijn vastgesteld in overleg met zijn direct leidinggevende, dit uit oogpunt van toezicht op en begeleiding van in opdracht verrichte bouwwerkzaamheden door derden.

1.3. De rechtbank heeft het beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard, onder overweging dat niet aannemelijk is gemaakt dat appellant zijn werkzaamheden in opdracht van de werkgever om 07.00 uur moest beginnen.

2. De Raad is, oordelend in hoger beroep, niet gekomen tot een ander oordeel dan de rechtbank.

2.1 Ook de Raad acht met de afspraken over werktijden die appellant met zijn leidinggevenden - blijkens door hen afgelegde verklaringen - heeft gemaakt niet aangetoond dat sprake was van een door de werkgever verplicht gesteld dienstrooster. Uit de gedingstukken blijkt integendeel dat voor appellant, als niet behorende tot het directe productiepersoneel, een regeling gold van zogenoemde bloktijden, waarbij in overleg een aanvangstijdstip tussen 07.00 en 09.00 uur kon worden gekozen. Aan de omstandigheid dat deze keuze in overleg met zijn direct leidinggevende op 07.00 uur is bepaald, naar verklaring met het oog op in de bouwnijverheid gebruikelijke werktijden, kan voor de toepassing van de onderhavige regeling geen doorslaggevend gewicht worden toegekend.

3. Het voorgaande leidt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en W. van den Brink als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 april 2007.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) P.W.J. Hospel.