Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA2887

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-04-2007
Datum publicatie
13-04-2007
Zaaknummer
05-2089 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Minder dan 15% arbeidsongeschikt. In de voorhanden gegevens van medische aard is onvoldoende reden te vinden voor twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid van betrokkene.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/2089 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 24 maart 2005, 03/2149 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 6 april 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2007. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door V.A. Kali.

II. OVERWEGINGEN

Appellante is op 2 juli 2001 vanwege klachten aan haar linkerschouder uitgevallen voor haar werk als schoonmaakster. Sedert april 2002 heeft appellante eveneens heupklachten.

Het Uwv heeft appellante bij besluit van 26 november 2002 om administratieve redenen per 1 juli 2002 ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 80 tot 100% van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Tevens is appellante bij dat besluit meegedeeld dat de WAO-uitkering met ingang van 13 januari 2003 wordt ingetrokken aangezien zij op grond van medisch en arbeidskundig onderzoek minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht.

Bij besluit van 28 augustus 2003 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 26 november 2002 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft zij overwogen dat geen aanknopingspunten zijn gevonden voor het oordeel dat het Uwv in navolging van de (bezwaar)verzekeringsartsen van onjuiste medische beperkingen is uitgegaan.

Wat de arbeidskundige kant van de zaak betreft heeft de rechtbank zich evenzeer in het bestreden besluit kunnen vinden.

In hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak heeft appellante aangevoerd -althans zo begrijpt de Raad de door appellante overgelegde stukken met betrekking tot de door haar gebruikte medicatie en een verwijzing van haar huisarts voor psychiatrische behandeling- dat zij naast de in 2001 ontstane lichamelijk klachten ook psychische beperkingen ondervindt tengevolge waarvan zij zich volledig arbeidsongeschikt acht.

De Raad overweegt het volgende.

Met de rechtbank en op gelijke gronden als door de rechtbank in de aangevallen uitspraak gebezigd is de Raad van oordeel dat er in de voorhanden gegevens van medische aard onvoldoende reden is te vinden voor twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid van appellante.

Uit de door appellante in hoger beroep overgelegde gedingstukken valt af te leiden dat zij eerst in december 2004 door haar huisarts is verwezen voor specialistische behandeling van haar psychische klachten. Nu deze klachten dateren van geruime tijd na de hier in geding zijnde datum 13 januari 2003, ziet de Raad geen aanleiding om tot het oordeel te komen dat de beperkingen van appellante zijn onderschat. De Raad neemt daarbij in aanmerking dat, zoals hij reeds eerder heeft overwogen, de subjectieve ervaring van appellante van haar gezondheidsklachten in dezen niet bepalend is.

Het voorgaande betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en L.H. Waller als leden. De uitspraak is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 april 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

TM